Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting
1.1 Basis Programmabegroting
Terug naar navigatie - Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting - 1.1 Basis ProgrammabegrotingCoalitieakkoord
Het coalitieakkoord met de financiële vertaling is als vertrekpunt genomen bij de opstelling van de Programmabegroting 2027 - 2030. Het meerjarenperspectief uit de Programmabegroting 2026-2029 vormt de basis voor de opstelling van de Programmabegroting 2027-2030.
Uitgangspunten Programmabegroting 2027-2030
De uitgangspunten voor de Programmabegroting 2027-2030 zijn vastgesteld op 23 april 2026. De prijscompensatie voor de uitgaven en de inkomsten van 2027 is vastgesteld op 2,5%. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de prijsontwikkeling bruto binnenlands product (bbp) zoals opgenomen in de meest recente circulaire Algemene uitkering Gemeentefonds. In de meicirculaire 2026 is aangegeven dat de geraamde prijsontwikkeling BBP voor 2026 afgerond 2,5% bedraagt.
De huidige cao heeft een looptijd tot 1-4-2027 . In de meicirculaire 2026 wordt voor 2027 afgerond 4 % (structureel) verwacht. . Per saldo is in de perspectievennota een loonstijging van 4% voorgesteld.
Bij het opstellen van de programmabegroting 2027-2030 is de pensioenpremie 2027 nog niet bekend. Het bestuur van ABP beziet de premie vanuit een meerjarenperspectief. In de Programmabegroting 2027-2030 is uitgegaan van 0% stijging/daling van de pensioenpremies.
Het percentage ten behoeve van de compensatie van de reserves is 2,5%.
Het rentepercentage kapitaallasten is 1%.
Meicirculaire 2026
In de Meicirculaire is de ontwikkeling van de Algemene uitkering Gemeentefonds bijgesteld. In het volgende hoofdstuk wordt verder ingegaan op de Algemene uitkering.
1.2 Hoofdprioriteiten nieuw beleid
Terug naar navigatie - Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting - 1.2 Hoofdprioriteiten nieuw beleidIn het coalitieakkoord heeft de gemeenteraad een aantal prioriteiten voor nieuw beleid geformuleerd. De volgende prioriteiten zijn opgenomen als nieuw beleid bestuurlijke wensen en financieel vertaald in de begroting
- Bekostiging jeugdzorg
- Sociaal regisseur jeugd
- Passende ondersteuning dichtbij
- Mantelzorg
- Aanpak huiselijk geweld
- IHP
- Geboortebomen
- Rotonde Halfweg
- Gezonde exploititie sportbedrijf Nunspeet
- Gratis lidmaatschap Bibliotheek voor jongeren vanaf 18 jaar
- Lifthaltes
- Project sportpark Hulshorst
- Openbaar groen
- Vitale vakantieparken
- Natuur en educatiebeleid
- Schaapskudde Elspeet
- Verrhoging toeristen en forensenbelasting
- Recreatieve -, toeristische , sport en cultuursector
- Gemeentehuis: achterstallig onderhoud en luchtbehandeling
1.3 Uitgangspunten bestaand beleid
Terug naar navigatie - Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting - 1.3 Uitgangspunten bestaand beleidOp basis van bestaand beleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Het bestaand beleid houdt in dat de ramingen voor de begroting 2027zijn gebaseerd op de ramingen in Programmabegroting 2026-2029. Deze worden verhoogd met het vastgestelde percentage voor prijscompensatie. Zoals hiervoor aangegeven is dit percentage voor 2027 vastgesteld op 2,5%.
- De uitgangspunten zoals verwoord in de Financiële verordening 2025 gemeente Nunspeet en in de nota ‘Reserves en Voorzieningen herijking 2025’ zijn toegepast.
Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Bij de Programmabegroting 2024-2027 is besloten, ter dekking van het Koersplan Onderwijshuisvesting, de onroerendezaakbelasting voor de jaren 2024 t/m 2029 1% per jaar (cumulatief) te laten stijgen ten gunste van de reserve onderwijshuisvesting. In het coalitieakkoord 2026-2030 is aangegeven dat deze stijging langer doorloopt en daardoor is dit voor 2030 toegevoegd.
In de Programmabegroting 2026-2029 is bij het dekkingsplan besloten voor het jaar 2027 een extra ozb-opbrengst van 1% op te nemen om nieuw beleid en autonome ontwikkelingen in de meerjarenbegroting te kunnen bekostigen.
Op grond van het bestaande beleid mag de onroerendezaakbelasting (ozb) jaarlijks verhoogd worden met de prijscompensatie. Voor 2027 is, na vaststelling van het dekkingsplan, de prijscompensatie 2,5%.
In het dekkingsplan bij deze begroting wordt voor het 2027 een extra verhoging van 7% voorgesteld om nieuw beleid en autonome ontwikkelingen in de meerjarenbegroting te kunnen bekostigen.
Om verwarring te voorkomen wordt benadrukt dat in deze fase van de begrotingsvoorbereiding het tarief voor de ozb niet aan de orde is. Het gaat uitsluitend over de (procentuele stijging van de) raming van de opbrengsten uit de ozb. Wat het uiteindelijke ozb-tarief moet worden, gegeven de benodigde opbrengst, wordt mede bepaald door een inschatting van het volume waarover geheven kan worden en de WOZ-waarde binnen de gemeente. Het ozb-tarief wordt in een later stadium van de begrotingsvoorbereiding aan de orde gesteld
Overige belastingen en rechten
Overeenkomstig bestaand beleid is bij de berekening van de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en rechten rekening gehouden met het percentage dat is opgenomen voor de prijscompensatie. Van belang hierbij is op te merken dat wat betreft de opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing, begraafplaatsen en weekmarkt rekening wordt gehouden met de maximale kostendekkendheid. De totale opbrengsten van deze belastingen en rechten mogen niet hoger zijn dan de totaal geraamde kosten.
Onvoorziene uitgaven
Op grond van artikel 8, lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording is in de begroting een post voor ‘onvoorziene uitgaven’ opgenomen. In de begroting is een bedrag geraamd van € 90.000,--. Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorziene uitgaven incidenteel (€ 64.000,--) en onvoorziene uitgaven structureel (€ 26.000,--).
Compensatie reserves en voorzieningen en kapitaalslasten nieuwe investeringen
Aan enkele reserves wordt inflatiecorrectie toegepast. Omdat de reserves aangewend kunnen worden ter dekking van kapitaallasten wordt het percentage van de BBP prijsindexatie conform de meicirculaire 2025 is 2,5%.
Het investeringsprogramma zoals dat in de lopende begroting en meerjarenbegroting is vastgesteld wordt beschouwd als bestaand beleid. Nieuwe investeringen worden als regel slechts in het laatste jaar van de meerjarenraming toegevoegd. Verder is het van belang te melden dat het percentage compensatie ook geldt als het percentage voor de rentelasten van de investeringen.
1.4 Financiële vertaling van bestaand en nieuw beleid
Terug naar navigatie - Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting - 1.4 Financiële vertaling van bestaand en nieuw beleid| Financiële verkenning begroting 2027-2030 | ||||
| ( x € 1.000, -/- = positief) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|
Algemene uitkering, effect mei- en septembercirculaire 2025 stelpost btw compenstatiefonds |
-2.054 | -1.813 | -2.176 | -2.560 |
| Effect loon- en prijsontwikkeling | 1.933 | 1.661 | 1.835 | 1.850 |
| Jeugdzorgkosten: effect prognose MIZ | 2.200 | 2.200 | 2.200 | 2.200 |
|
Jeugdzorgkosten: effect minderjarige ontheemden |
1.000 | 1.000 | ||
|
Bestaand beleid, overig |
126 | 299 | 320 | 370 |
| totaal bestaand beleid | 3.205 | 3.347 | 2.179 | 1.860 |
| Nieuw beleid | ||||
| Bestuurlijke wensen (structureel) | 747 | 811 | 824 | 823 |
| Bestuurlijke wensen (incidenteel) | 988 | 220 | ||
| Overige wensen (structureel) | 724 | 845 | 936 | 1.004 |
| Overige wensen (incidenteel) | 1.640 | 680 | 20 | 59 |
| Totaal nieuw beleid 2027-2030 | 4.099 | 2.556 | 1.780 | 1.886 |
| Totaal financiële effecten begroting 2027-2030 | 7.304 | 5.903 | 3.959 | 3.746 |
Saldo bestaand beleid 2027
De jaarschijf 2027 laat op basis van het saldo bestaand beleid een negatief verschil zien ten opzichte van de jaarschijf 2027 in begroting 2026. De oorzaak hiervan ligt met name in de volgende ontwikkelingen:
- De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normsystematiek. Voor het meerjarige beeld 2027-2030 is, vanuit de meicirculaire 2026, het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de decembercirculaire gemeentefonds 2025.
- De septembercirculaire 2025 had een nadelig effect.
- De onderuitputting van het btw compensatiefonds is verlaagd.
- Voor zorgkosten Jeugd (naar aanleiding van 1e prognose 2026 van MIZ) wordt een extra verhoging verwacht van 3,2 miljoen euro.
Algemene uitkering
De jaarlijkse toe en afname van de algemene uitkering het accres genoemd. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normsystematiek. Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Voor het meerjarige beeld 2027-2030 is, vanuit de meicirculaire 2026, het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de decembercirculaire gemeentefonds 2025.
Nieuw beleid
Voor nieuw beleid zijn in de Programmabegroting 2027-2030 (kapitaal)lasten verwerkt. De lasten van het nieuwe beleid zijn ingedeeld in een aantal categorieën: lasten die voortvloeien vanuit ge bestuurlijke en vakinhoudelijke wensen. De overzichten zijn in de volgende bijlagen toegevoegd:
- Bijlage A: overzicht nieuw beleid 2027-2030 per programma
- Bijlage B: overzicht nog uit te voeren werkzaamheden/investeringen uit voorgaande begrotingen
1.5 Bijstelling van de programmabegroting
Terug naar navigatie - Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting - 1.5 Bijstelling van de programmabegrotingDe begrotingspositie in structurele zin kan worden beïnvloed als gevolg van de uitkomsten van de Septembercirculaire Algemene Uitkering Gemeentefonds, collegebesluiten met structurele effecten en de kwartaalrapportages 2026. De uitkomsten kunnen structureel invloed hebben op onze begrotingspositie (inclusief dekkingsplan) voor de jaren 2027-2030. Over deze uitkomsten wordt de raad via een afzonderlijke brief in oktober 2026 geïnformeerd met betrekking tot de budgettaire effecten voor de begroting, inclusief de wijzigingen in het dekkingsplan.