Paragrafen
Paragraaf Weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - - Paragraaf WeerstandsvermogenInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - InleidingOm inzicht te verschaffen in de robuustheid van de begroting van de gemeente bepaalt artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dat in de paragraaf weerstandsvermogen een relatie wordt gelegd tussen de gemeentelijke weerstandscapaciteit en de risico’s.
Weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - WeerstandscapaciteitDe weerstandscapaciteit bestaat uit de aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en aanzienlijk zijn, af te dekken. Weerstandsvermogen is dat deel van de weerstandscapaciteit dat niet nodig is voor afdekking van alle risico’s ofwel:
Weerstandsvermogen is weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s
De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen structurele en incidentele weerstandscapaciteit. Met het eerste worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Met de incidentele weerstandscapaciteit wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau.
Gemeente Nunspeet gebruikt in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Mochten zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan mogen deze eerst incidenteel worden afgedekt door middel van incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens zal hiervoor bij de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht worden. Lukt dit niet dan wordt de structurele weerstandscapaciteit als dekkingsmiddel ingezet.
Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:
- Onvoorziene uitgaven structureel.
- Onbenutte belastingcapaciteit.
Incidentele weerstandscapaciteit
De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit:
- Het vrije deel van de algemene reserve
- De bestemmingsreserves.
- Stille reserves (gesteld op nihil).
- Onvoorzienbare uitgaven incidenteel.
Ad 1 Onvoorziene uitgaven
Artikel 8 (lid 1 en lid 6) van het BBV verplicht iedere gemeente een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. De post onvoorzien is een buffer voor externe onvoorzienbare tegenvallers. Deze dekt uitgaven die voldoen aan de drie “O’s” (Onvoorzien, Onvermijdbaar en Onuitstelbaar). Er is een bedrag geraamd van € 90.000,- Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorzienbare uitgaven incidenteel € 64.000,- en onvoorzienbare uitgaven structureel € 26.000,-.
Ad 2 Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit is de verhouding tussen de opbrengst onroerendezaakbelastingen (OZB) versus het normtarief zoals vastgelegd in OZB-artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (Fvw). Wanneer de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekort zullen schieten om in noodzakelijke behoeften te voorzien, kan een aanvullende uitkering worden aangevraagd. De Fvw bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
1. de onroerendezaakbelastingen (OZB);
2. de rioolheffingen;
3. de afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten
Voor 2026 is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 vastgesteld op 0,1648.
Onroerende zaakbelastingen
|
WOZ-waarde 2026
|
x € 1.000,- | x € 1.000,- |
| WOZ waarden woonruimten | 5.675.577.000 | |
| Tarief artikel 12 Financiële verhoudingswet: 0,1595% | 9.353 | |
| Baten jaarrekening 2025 | 7.723 | |
| Onbenut (uitgaande van netto baten) | 1.630 |
Ad 3 Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserve
Algemene reserve
De doelstelling van de algemene reserve is het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten en van onvoorziene ontwikkelingen waarvoor geen voorziening is getroffen.
Ad 4 Bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves kunnen worden verdeeld in geblokkeerde of beklemde reserves en overige bestemmingsreserves. Onder geblokkeerde of beklemde reserves verstaan we reserves waarover niet (geheel of gedeeltelijk) vrij kan worden beschikt, omdat deze reserves worden gebruikt om structurele dekkingsmiddelen voor de gemeente begroting te genereren. Deze geblokkeerde of beklemde reserves maken geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.
De overige bestemmingsreserves zijn gevormd voor een bepaald doel. De raad heeft de bevoegdheid de bestemming te wijzigen en deze in te zetten voor het opvangen van tegenvallers. De stand van de bestemmingsreserves op 31 december 2025 bedraagt € 51.9 miljoen. Een deel van de bestemmingsreserves is geblokkeerd vanwege de structurele inzet van de renteopbrengst als dekkingsmiddel. In onderstaand overzicht is aangegeven welke overige bestemmingsreserves niet geblokkeerd of beklemd zijn.
| tabel overige bestemmingsreserves (niet geblokkeerd of beklemd) | |
| Soort reserve | bedrag |
| Reserve grote projecten |
9.057.000 |
| Reserve duurzaamheid |
1.812.000 |
| Reserve restauratie gemeentelijke monumenten | 150.000 |
| Reserve bodemverontreiniging | 969.000 |
| Reserve grondexploitatie |
6.030..000 |
| Reserve onderwijshuisvesting |
1.598.000 |
| Reserve beschermd wonen |
4.936.000 |
| 24.552.000 | |
Ad 5 Stille reserves
Bij stille reserves moet worden gedacht aan bezittingen die beneden de marktwaarde in de boeken staan en die zonder bezwaar direct te verkopen zijn. De gemeente heeft echter nauwelijks nog bezittingen anders dan panden en gronden die nodig zijn voor de grondexploitatie in haar bezit. De gemeente is aandeelhouder van NV Bank Nederlandse Gemeente (BNG), NV Alliander en waterleidingmaatschappij Vitens. Aangenomen kan worden dat de aandelen bij een eventuele verkoop meer opbrengen dan de boekwaarde. Er is hier dus sprake van een stille reserve. Deze ruimte kan echter niet direct benut worden onder het huidige beleid en de huidige taakuitvoering, omdat de inkomsten uit deze aandelen structureel geraamd zijn in de begroting.
Weerstandscapaciteit 2025
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Weerstandscapaciteit 2025In onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit voor de jaarrekening 2025 weergegeven:
tabel weerstandscapaciteit
|
Onderdeel weerstandscapaciteit |
Bedrag |
|
|
|
|
Structurele weerstandscapaciteit |
|
|
1. Onvoorzien structureel |
26.000 |
|
2. Onbenutte belastingcapaciteit |
1.329.545 |
|
|
|
|
Structurele weerstandscapaciteit |
1.355.545 |
|
|
|
|
Incidentele weerstandscapaciteit |
|
|
3. Vrije deel algemene reserve |
16.487.900 |
|
3. Vrije deel bestemmingsreserves |
24.552.000 |
|
4. Stille reserves |
0 |
|
5. Onvoorzien incidenteel |
64.000 |
|
|
|
|
Incidentele weerstandscapaciteit |
41.103.900 |
|
|
|
|
Totale weerstandscapaciteit |
42.459.445 |
Risico’s
Tegenover de hierboven geïnventariseerde weerstandscapaciteit staan de risico’s die de gemeente loopt. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard en hangen samen met onder andere de schaalgrootte en gemeente specifieke factoren. Het managen van deze risico’s wordt risicomanagement genoemd.
Risicomanagement in relatie tot het weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Risicomanagement in relatie tot het weerstandsvermogenBij risicomanagement gaat het om het uitvoeren van een systematische en periodiek terugkerend proces van identificeren, beoordelen, kwantificeren van risico’s, het bepalen en uitvoeren van activiteiten en maatregelen die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s, beheersbaar houdt en het evalueren en rapporteren over de verschillende stappen in het proces.
Doelstellingen
De volgende doelstellingen streeft gemeente Nunspeet met risicomanagement:
- Reduceren van de gevolgen van risico’s
- Voldoen aan wet- en regelgeving
- Actualisering van het weerstandsvermogen
- Verhogen van risicobewustzijn
- Beoordelen en optimaliseren van het weerstandsvermogen
Indeling risico’s
Gemeente Nunspeet hanteert voor de identificatie van de risico’s de volgende indeling:
- Juridische risico’s;
- Financiële risico’s;
- Personele / organisatorische risico’s;
- Projecten en strategische risico's;
- Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s;
- Milieurisico’s;
- Verbonden partijen;
- Risico’s sociaal domein;
- Reguliere risico’.
Analyse en beoordelen van de risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Analyse en beoordelen van de risico’sOm risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden. Als wordt geschat dat een risico zich bijvoorbeeld eenmaal in de tien jaar zal voordoen is de kans op optreden 10%. Als een risico zich eenmaal per jaar kan voordoen is de kans 90%. Bij 100% is het geen risico meer.
Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen.
Hierna treft u twee tabellen met de indeling van de kansen en financiële gevolgen aan. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we vijf klassen met de volgende referentiebeelden:
|
Klasse |
Aantal keren dat risico, zich naar verwachting voordoet |
Kans |
|
1 |
< 1 x per 10 jaar |
10% |
|
2 |
1 x per 5 – 10 jaar |
30% |
|
3 |
1 x per 2 – 5 jaar |
50% |
|
4 |
1 x per 1 – 2 jaar |
70% |
|
5 |
1 x per jaar of < |
90% |
Voor het bepalen van de financiële gevolgen wordt gebruik van de volgende indeling:
|
Klasse |
Bandbreedte |
Financieel gevolg |
|
0 |
Geen gevolgen |
Geen |
|
1 |
€ 0 < € 5.000 |
Zeer laag |
|
2 |
€ 5.000 < € 25.000 |
Laag |
|
3 |
€ 25.000 < € 75.000 |
Midden |
|
4 |
€ 75.000 < € 250.000 |
Hoog |
|
5 |
>€ 250.000 |
Zeer hoog |
Het reële financiële gevolg wordt dus bepaald door de ‘Kans’ en het ‘Financiële gevolg’ met elkaar te vermenigvuldigen. De risico’s met het grootste financiële gevolg krijgen de hoogste prioriteit bij het beheersen van de risico’s.
a. Juridische risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - a. Juridische risico’sDwangsommen
Bij het niet tijdig beslissen is de Wet dwangsom en beroep van toepassing. Als gevolg hiervan kunnen burgers de gemeente in gebreke stellen en verbeurt de gemeente, na ontvangst van de ingebrekestelling, een dwangsom als niet tijdig op een aanvraag is beslist. In een procedure zijn werkafspraken gemaakt om beslistermijnen te bewaken. In 2027 wordt naar verwachting 8 keer een ingebrekestelling ingediend. In een enkel geval is de maximale dwangsom van € 1.442,- verschuldigd.
Proceskosten
Voor bezwarenprocedures en (hoger) beroepsprocedures waarin de gemeente geheel of gedeeltelijk in het ongelijk wordt gesteld, wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten. De hoogte van de proceskostenvergoeding is gerelateerd aan het aantal proceshandelingen dat in de betreffende procedure is verricht. De afgelopen jaren is het aantal verzoeken dat wordt ingediend op grond van de Wet Open Overheid (Woo) nog steeds hoog. De ontevredenheid over het optreden van de overheid neemt toe, dat is terug te zien in het aantal Woo verzoeken en bezwaren. Afgaande op de verzoeken die de afgelopen jaren zijn ingediend, leidt dit in enkele gevallen tot een verplichting om proceskosten te vergoeden. Het is nog niet duidelijk of door de installatie van het nieuwe college het aantal Woo verzoeken vermindert.
Inkoop en aanbesteding
Door de invoering van de Aanbestedingswet 2012 is het risico van een juridische procedure toegenomen. Bij de keuze van een inkoopprocedure wordt uitgegaan van indicatieve bedragen. Dit geeft ruimte voor verschillen van inzicht en is daardoor een risico. Daarnaast is de economische situatie dusdanig, dat partijen eerder bereid zijn gunning via de rechter af te dwingen.
Claims van derden
Bij het opstellen van de begroting 2027 wordt rekening gehouden met een aantal verzoeken verzoeken voor planschade en diverse juridische procedures (afkoopbedrag; schadeclaims). Hiervoor is de voorziening Planschades en Juridische procedures gevormd. De risico’s voor planschade zijn zo veel mogelijk bij de initiatiefnemer ondergebracht. (Plan)schades die onvermijdelijk ten laste van de gemeente komen, worden ten laste van het rekening resultaat gebracht. Ook de kosten van het opstellen van een schadeanalyse komen ten laste van de gemeente. Omdat steeds meer juridisch adviesbureaus zich gaan specialiseren in planschaden, is het risico van schade-analysekosten steeds groter. In de begroting wordt hiermee geen rekening gehouden. In de voorziening is wel rekening gehouden met schade-analysekosten waarvan de melding bekend is.
|
tabel juridische risico's |
S=Structureel I=Incidenteel |
|||
|
Risico |
S of I |
Kans van optreden |
Financieel gevolg |
Reëel financieel gevolg |
|
Dwangsom |
I |
50% |
20.000 |
10.000 |
|
Proceskosten |
I |
50% |
50.000 |
25.000 |
|
Inkoop en aanbesteding |
I |
10% |
100.000 |
10.000 |
|
Claims van derden |
I |
50% |
20.000 |
10.000 |
|
Totaal juridische risico's |
|
55.000 |
||
b. Financiële risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - b. Financiële risico’sFinanciële risico’s
Rente
Eind 2013 is de Wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Dit houdt in dat decentrale overheden verplicht hun liquide middelen aanhouden bij de Nederlandse schatkist. Tijdelijke overschotten aan liquide middelen kunnen niet uit oogpunt van een optimaal liquiditeitsbeheer in deposito uitgezet of tegen een gunstige rente op een spaarrekening bij een commerciële bank gezet worden. Dit kan in situaties met hogere rentetarieven een negatief effect op de rendementsverwachting hebben. Wel biedt de staat de mogelijkheid om overtollige gelden voor langere periodes in depot weg te zetten. Gezien de huidige gemiddelde rentelast van het met vreemd vermogen gefinancierde deel kan worden geconcludeerd dat de geraamde financieringsstructuur en in relatie hiermee ook het weerstandsvermogen van onze gemeente voor het jaar 2027 als voldoende kan worden beoordeeld.
Omslagrente
De berekening van de renterisiconorm is opgenomen in de paragraaf financiering. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente een renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente (2027: 1%) blijft het renterisico acceptabel. In het afgelopen jaar heeft de ECB (Europees centrale bank) een ruim monetair beleid gevoerd. De verwachting is dat de kapitaalmarktrente (lange rente), gezien de verwachte economische ontwikkelingen (zoals economische groei, inflatie) in het komende jaar mogelijk verder gaat stijgen. Op grond van deze conclusies is er op dit moment een renterisico dat beperkt is.
Gemeentefondsuitkeringen
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De uitkering Gemeentefonds is een samenstelling van de volgende uitkeringen: de algemene uitkering en een aantal decentralisatie- en (overige)integratie-uitkeringen. Deze laatste hebben een specifiek doel of zijn bedoeld om een specifiek beleidsveld financieel te borgen. Basis voor toepassing bij de programmabegroting 2027-2030 is de berekening is de Meicirculaire 2026. Een substantiële afwijking in de Septembercirculaire 2026 zal in de programmabegroting 2027-2030 worden verwerkt. Effecten en ontwikkelingen in het lopende jaar zullen via de kwartaalrapportages worden verwerkt.
In de Meicirculaire 2026 zijn ontwikkelingen verwerkt die ten opzichte van de September- en Decembercirculaire 2025 de nodige financiële effecten tot gevolg hebben. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In de Meicirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2027 en verder. Het accres wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product.
Verstrekte garanties
In totaal zijn voor € 79.741.000,- aan gemeentegaranties waarover risico wordt gelopen, aan instellingen verstrekt (peildatum 31 december 2025). Dit zijn garanties voor geldleningen waar de gemeente samen met het Rijk een achtervangpositie inneemt. Deze garanties zijn in eerste instantie gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
Aan particulieren is voor € 99.000,- (peildatum 31 december 2025) aan gemeentegaranties verstrekt Deze leningen zijn in eerste instantie gegarandeerd door de Nationale Hypotheek Garantie (NHG / onderdeel startersleningen). De gemeente heeft voor deze leningen een achtervangpositie. Gezien de kredietwaardigheid van de geldnemers van zowel instellingen als particulieren is het aan de garanties verbonden risico zeer gering.
Prijsstijgingen grondstoffen
Als gevolg van enkele mondiale oorzaken zijn de bouwkosten in Nederland nog steeds hoog. Omstandigheden díe daartoe bijdragen zijn onder meer de sancties tegen Rusland, de instabiele situatie in het Midden Oosten en de gewijzigde houding van Amerika ten opzichte de rest van de wereld. Dit brengt risico's en onzekerheid met zich mee voor zowel bestaande overeenkomsten als ook voor nieuw te sluiten overeenkomsten.
De stijging van de prijzen in het jaar 2026 heeft gevolgen voor de uitgangspunten voor de programmabegroting 2027-2030. De effecten van de prijsstijgingen zijn op dit moment onzeker, waarbij ook de financiële impact nu onmogelijk te bepalen is. We monitoren onze risico’s voortdurend. De balansposities aangaande de grondexploitaties zijn deze met de kennis per 31 december 2025 beoordeeld op een toereikende waardering. De aanhoudende toename en ontwikkeling van de prijsstijgingen in 2026 kunnen mogelijk leiden tot onzekerheden aangaande de terugverdiencapaciteit van de grondexploitaties in 2027 en de jaren daarna. De raad wordt tussentijds geïnformeerd over de risico’s en beheersmaatregelen ten gevolge van deze prijsstijgingen.
|
tabel financiële risico's |
S=Structureel I=Incidenteel |
|||
|
Risico |
|
Kans van optreden |
Financieel gevolg |
Reëel financieel gevolg |
|
Rente |
S |
30% |
685.000 |
205.500 |
|
Gemeentefondsuitkering |
S |
30% |
300.000 |
90.000 |
|
Prijsstijging grondstoffen |
S |
50% |
500.000 |
250.000 |
|
Cyberveiligheid |
S |
50% |
1.500.000 |
750.000 |
|
Spoortunnel |
S |
10% |
6.000.000 |
600.000 |
|
Exploitatie de Wiltsangh |
S |
90% |
700.000 |
630.000 |
|
Overige verstrekte langlopende leningen |
S |
10% |
3.600.000 |
360.000 |
|
Veluvine |
S |
90% |
500.000 |
450.000 |
|
Opvang vluchtelingen |
S |
0% |
250.000 |
0 |
|
Totaal financiële risico's |
3.335.500 | |||
c. Personele / organisatorische risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - c. Personele / organisatorische risico’sPersonele / organisatorische risico’s
Op moment van opstellen van de programmabegroting is er geen verwachting op risico's / claims ten aanzien van personeel. Maar door de toename van het aantal personele mutaties wordt er rekening gehouden met een grote kans van optreden met eventuele financiële gevolgen.
|
tabel personele/organisatorische risico's |
S=Structureel I=Incidenteel |
|||
|
Risico |
|
Kans van optreden |
Financieel gevolg |
Reëel financieel gevolg |
|
Personele / organisatorische risico's |
I |
30% |
100.000 |
30.000 |
|
Totaal personele/organisatorische risico's |
|
30.000 |
||
|
|
|
|
|
|
d. Projecten en strategische aankopen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - d. Projecten en strategische aankopenProjecten en Strategische aankopen
| tabel Projecten en strategische risico's | S=Structureel I=Incidenteel | |||
| Risico | Kans van optreden | risico | Reëel financieel gevolg | |
| Statiionsomgeving | I | 10% | 900.000 | 90.000 |
| Onderwijshuisvesting | I | 30% | 1.457.000 | 437.100 |
| De Wiltsangh | I | 0% | 0 | 0 |
| Nieuw Feithenhof | I | 10% | 11.000.000 | 1.100.000 |
| MFA locaties | I | 0% | 5.087.000 | 0 |
| Totaal Projecten en strategische risico's | 1.627.100 | |||
e. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - e. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’sGrondexploitatie
Voor de grondexploitaties zijn de ramingen van de nog te realiseren kosten en opbrengsten geactualiseerd, resulterend in een bijstelling van het verwachte resultaat op eindwaarde. Deze actualisatie heeft plaatsgevonden aan de hand van de inzichten op peildatum 1-1-2026, waaronder contractuele verplichtingen, geformuleerde beleidsuitgangspunten en ontwikkelingen op de markt voor gebiedsontwikkeling. Als dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de resultaten, wordt onderzocht op welke wijze dit kan worden gecompenseerd.
De reserve grondexploitatie kent een bodembedrag (financiële buffer) die wordt aangehouden om risico’s binnen de grondexploitaties (in voorbereiding) en strategische aankopen op te kunnen vangen. Tussentijdse winstnemingen uit de grondexploitaties worden voorzichtigheidshalve binnen de reserve grondexploitatie gehouden totdat de projecten zijn afgerond. Jaarlijks vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Financiële verordening van de gemeente Nunspeet en artikel 212 van de Gemeentewet de bijstelling plaats na het vaststellen van de jaarrekening.
Toelichting per grondexploitatie
Molenbeek
Het project Molenbeek bevindt zich in de laatste fase en de nog resterende risico’s zijn beperkt in omvang. Alle grondverkopen in Molenbeek hebben inmiddels plaatsgevonden en in 2026 vinden nog de laatste kosten voor het woonrijp maken plaats. Het resultaat op eindwaarde, rekening houdend met de al genomen winstnemingen, is nog circa €27.000 positief. Omdat ook de boekwaarde positief is (meer opbrengsten gerealiseerd dan kosten) is het risico verdwenen dat de gemeente met een verlies achterblijft in het worst case scenario. Ook als de nog te maken kosten voor het woonrijp maken van de boekwaarde worden afgetrokken blijft de boekwaarde positief. Daarom is Molenbeek niet meegenomen in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen.
Weversweg
In maart 2024 is een nieuw bestemmingsplan voor Weversweg door de raad vastgesteld, waardoor er 37 woningen aan het plan worden toegevoegd. In 2025 is begonnen met het bouwrijp maken van deelgebied fase 2. De gronduitgifte voor de woningen vindt naar verwachting plaats in 2026 en 2027, waarna het woonrijp maken plaatsvindt en het project eind 2028 wordt afgerond. Het actuele resultaat voor Weversweg wordt verwacht op €607.000 negatief.
De Kolk
In 2024 en 2025 heeft het bouwrijp maken van het deel GPS plaatsgevonden. De werkzaamheden zijn zo goed als afgerond en in 2025 is begonnen met de kavelverkoop op dit deel van De Kolk. De verkoop verloopt voorspoedig en de verwachting is dat de grondexploitatie eind 2027 kan worden afgesloten.
Kijktuinen
Alle grondopbrengsten voor het project Kijktuinen zijn gerealiseerd. Het woonrijp maken van het gebied kan nu worden afgerond en de verwachting is dat het project eind 2026 kan worden afgesloten. Het eindresultaat is nog circa €71.000 positief en de risico’s zijn beperkt. Voor Kijktuinen geldt dat als de nog te maken kosten voor het woonrijp maken van de boekwaarde worden afgetrokken de boekwaarde positief is. Daarom is het project niet meer meegenomen in het benodigde weerstandsvermogen.
Bedrijventerrein Elspeet
De werkzaamheden voor het eerste deel van het bedrijventerrein zijn afgerond. Van de eerste vier kavels zijn er twee uitgegeven, is één kavel tijdelijk verhuurd (huisartsenpraktijk) en de vierde kavel wordt verkocht in 2026. De aanleg van fase 2 van het bedrijventerrein heeft vertraging opgelopen maar voor deze fase wordt het bouw- en woonrijp maken afgerond in 2026. De actuele grondexploitatieberekening komt uit op een tekort van afgerond €1,5 miljoen. De verwachting is dat de kavels van fase 2 in 2026 allemaal worden verkocht.
’t Hul Noord
Voor het verwachte tekort op het project van €3,4 miljoen is een verliesvoorziening getroffen. Omdat ’t Hul Noord een grote financiële omvang heeft, een lange looptijd en de gemeente een actieve rol inneemt (o.a. in de grondverwerving) zijn de risico’s in dit project relatief groot. Daarom is voor ’t Hul Noord een risicodossier opgesteld waarin het risicobedrag uitkomt op €2,1 miljoen. Dit bedrag wordt meegenomen in het bodembedrag van de reserve grondexploitatie en in de onderstaande tabel voor het bepalen van de risico’s binnen de grondexploitaties.
Hullerweg
In 2023 is de grondexploitatie Hullerweg vastgesteld en een deel van de autosloperij aangekocht. Er is begonnen met de voorbereidingen voor het wijzigen van het omgevingsplan en een overeenkomst gesloten met Liander over afname van de grond. De grond wordt in 2026 gesaneerd en bouwrijp gemaakt, waarna de verkoop in 2026 plaatsvindt. Het resultaat voor de grondexploitatie Hullerweg wordt verwacht op €0,1 miljoen positief. Het belangrijkste risico in het project zijn de kosten voor de bodemsanering, maar de aanbesteding hiervoor heeft reeds plaatsgevonden.
De Brake
Eind 2025 is de grondexploitatie De Brake vastgesteld. In de eerste helft van 2026 is begonnen met de sloopwerkzaamheden. Zodra de kavel bouwrijp is gemaakt wordt deze opgeleverd aan Nestlé en de grondexploitatie kan naar verwachting eind 2026 worden afgesloten. Het verwachte resultaat voor de grondexploitatie De Brake is €88.000 positief en de risico’s zijn beperkt.
Piersonstraat
In mei 2026 is de grondexploitatie Piersonstraat vastgesteld. De gemeente transformeert de gymzaal naar een bouwrijpe kavel die wordt uitgegeven aan Omnia Wonen voor de realisatie van 24 sociale huurappartementen. De sloop van de gymzaal is begonnen in het 2e kwartaal van 2026. Er wordt een klein negatief saldo op het project verwacht, waarvoor een verliesvoorziening is getroffen, maar na afloop van het project kan nog aanspraak worden gemaakt op een bijdrage vanuit de Realisatiestimulans.
.
| Risico | Kans van optreden | risico | Reëel financieel gevolg | |
| Molenbeek | I | 0% | 0 | 0 |
| Kijktuinen | I | 0% | 0 | 0 |
| Bedrijventerrein Elspeet | I | 30% | 5.557.542 | 1.667.263 |
| De Kolk | I | 30% | 4.598.044 | 1.379.413 |
| Hullerweg | I | 30% | 2.485.765 | 745.730 |
| Weversweg | I | 30% | 1.145.803 | 343.741 |
| De Brake | I | 30% | 19.818 | 5.945 |
| t Hul Noord | I | 0 | 2.079.625 | |
| Totaal grondexploitatie risico's | 6.221.716 | |||
f. Milieurisico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - f. Milieurisico’sHet algemeen beleid op dit punt is dat de kosten van een eventuele sanering worden verhaald op de veroorzaker. Is dit niet meer mogelijk, dan wordt bij een mobiele verontreiniging (een zich verplaatsende verontreiniging) gesaneerd en bij een immobiele verontreiniging nagegaan of er gevaren zijn voor de volksgezondheid. Is dit het geval, dan volgt sanering (zo mogelijk binnen de begrote budgetten). Is dit niet het geval, dan wordt nagegaan of op een nader te bepalen geschikt moment sanering mogelijk is op een manier die effectief en doelmatig is (ook in relatie tot de hiermee gepaard gaande financiële middelen). Voor de bekende bodemverontreinigingen is de reserve bodemverontreiniging gevormd.
|
tabel milieu en bodemverontreiniging risico's |
S=Structureel I=Incidenteel |
|||
|
Risico |
|
Kans van optreden |
Financieel gevolg |
Reëel financieel gevolg |
|
Milieu en bodemverontreiniging |
I |
10% |
150.000 |
15.000 |
|
Totaal milieu en bodemverontreiniging risico's |
|
15.000 |
||
|
|
|
|
|
|
g. Verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - g. Verbonden partijenDe gemeente is financieel mede aansprakelijk voor een aantal samenwerkingsverbanden (paragraaf Verbonden partijen).
Directe deelnemingen in vennootschappen:
- Bank Nederlandse Gemeenten NV;
- NV Alliander;
- Vitens NV
- NV Afvalsturing Friesland;
- NV Inclusief Groep.
Overige deelnemingen:
- Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe;
- Omgevingsdienst Veluwe ;
- Leasurelands;
- Coöperatie Gastvrije randmeren;
- Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
- Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
- Sportbedrijf Nunspeet;
- Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Noord- en Oost-Gelderland (GGD-NOG).
Per verbonden partij is een risicoanalyse gemaakt. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico die de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Bij sommige verbonden partijen is een beoordeling op cijfers lastig. Bij deze verbonden partijen is gekeken naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij is een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.
Van de directe deelnemingen in vennootschappen is de nominale waarde van het belang van onze gemeente in de vennootschap als risico opgenomen, verhoogd met de ontvangen dividenden. Van de overige deelnemingen in vennootschappen is als financieel gevolg opgenomen de jaarbijdrage.
De kans van optreden wordt geclassificeerd met risico laag, gemiddeld of hoog. Per verbonden partij is het risico (kans van optreden) op grond daarvan, uitgedrukt in een percentage. De toelichting op de belangen voor onze gemeente vindt u terug in de paragraaf verbonden partijen. In onderstaande tabel zijn de risico’s per verbonden partij uitgedrukt in geld. Bij een kans van optreden die als “laag” is gekwalificeerd, is rekening gehouden met een percentage van 10%. Bij een ‘hoge’ kwalificatie is een percentage van 30%, 50% of 70% aangehouden, afhankelijk van de inschatting van de kans van optreden. Er is één deelneming (de Inclusief Groep) waarbij het risico voor de gemeente Nunspeet als “zeer hoog” wordt ingeschat. Dit houdt verband met de teruglopende subsidie-inkomsten die op korte termijn niet worden gecompenseerd door een hoger operationeel resultaat. Verder zijn er enkele gemeenten die deze samenwerking willen beeindigen.
|
tabel risico's verbonden partijen |
S=Structureel I=Incidenteel |
|||
|
Risico |
|
Kans van optreden |
Financieel gevolg |
Reëel financieel gevolg |
|
NV Bank Nederlandse Gemeenten |
I |
10% |
349.850 |
34.985 |
|
NV Alliander |
I |
10% |
332.424 |
33.242 |
|
NV Vitens |
I |
10% |
4.062 |
406 |
|
NV Afvalsturing Friesland |
I |
10% |
59.908 |
5.991 |
|
Veluws Archief |
I |
10% |
281.000 |
28.100 |
|
Omgevingsdienst Veluwe |
I |
10% |
881.000 |
88.100 |
|
Leisurelands (recreatiegemeenschap Veluwe) |
I |
10% |
0 |
0 |
|
Coöperatie Gastvrije randmeren |
I |
10% |
30.000 |
3.000 |
|
Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland |
I |
10% |
1.700.000 |
170.000 |
|
Inclusief Groep |
I |
90% |
687.000 |
618.300 |
|
Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord Veluwe |
I |
10% |
0 |
0 |
|
GGD Gelre-IJssel |
I |
10% |
613.000 |
61.300 |
|
Sportbedrijf Nunspeet |
I |
90% |
986.700 |
888.030 |
|
Totaal risico's verbonden partijen |
|
1.931.454 |
||
h. Risico’s sociaal domein
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - h. Risico’s sociaal domeinMet ingang van 2019 is de financiering niet meer gebaseerd op een integreerbaar deel maar is deze opgenomen in de Algemene Uitkering, net als alle andere gemeentelijk taken. Tevens bestaat er nog een Reserve Sociaal Domein.
WWB / Participatiewet (Buig)
In de begroting word uitgegaan van een budgettaire raming voor de uitkeringen en de te ontvangen rijksbijdrage, de zogenaamde BUIG gelden. Als blijkt dat de uitgaven op de uitkeringen hoger zijn dan de rijksbijdrage, kan onder voorwaarden een aanvullende uitkering bij het Rijk worden aangevraagd. Hierbij geldt dat de eerste 7,5% van de rijksbijdrage voor rekening van de gemeente komt. Voor het tekort op de uitkeringen tussen 7,5% en 12,5% van de voor dat jaar toegekende rijksbijdrage, geldt dat van dit bedrag 50% op basis van deze regeling kan worden aangevraagd en vergoed. Om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering moet sprake zijn van een goedkeurende accountantsverklaring en een door de gemeenteraad vastgesteld verbeterplan. Een tekort moet ten laste gebracht worden van de lopende exploitatie. Via de tussenrapportages worden eventuele afwijkingen aangegeven.
Jeugdwet
Sinds het inwerking treden van de Jeugdwet in 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Het Centrum voor Jeugd en Gezin vormt de toegang voor de niet vrij-toegankelijke jeugdhulp. Naast het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen ook huisartsen, praktijkondersteuners, medisch specialisten en de rechter in geval van jeugdbescherming en jeugdreclassering verwijzen naar niet vrij toegankelijke jeugdhulp. Ongeveer 50% van alle verwijzingen loopt via een huisarts en praktijkondersteuner, met name de verwijzingen naar JGGZ. Op deze trajecten heeft de gemeente niet direct invloed. Door het creëren van een hoogwaardige toegang hopen we het percentage verwijzingen dat via het CJG loopt te verhogen en het percentage verwijzingen dat via de huisartsen loopt te verlagen en zo het beroep op zwaardere jeugdhulp te laten afnemen.
De uitgaven voor jeugdzorg laten de laatste jaren een aanmerkelijke groei zien. Dit is een landelijke ontwikkeling. Er is sprake van sterke toename van complexiteit en behandeltijd en een toename van het aantal cliënten. Toename is met name te zien bij de ambulante begeleiding (regulier en specialistisch) en bij de GGZ hulp specialistisch. Op dit moment constateren we een regionale ontwikkeling waarbij het budget dat door het rijk beschikbaar wordt gesteld flink zal worden overschreden. Wel zijn er maatregelen ingezet om te komen tot een betere indicatiestelling met een mogelijke andere zorgvorm die leidt tot lagere uitgaven voor de hulpverlening.
Daarnaast hebben we te maken met een bezuinigingstaakstelling sinds het inwerking treden van de Jeugdwet. De transformatieslag die hiervoor gemaakt moet worden neemt meerdere jaren in beslag. Beoogde effecten (afname van problematiek en van jeugdhulpkosten) zullen daarom pas na een aantal jaren zichtbaar worden.
|
tabel risico's sociaal domein |
S=Structureel I=Incidenteel |
|||
|
Risico |
|
Kans van optreden |
Financieel gevolg |
Reëel financieel gevolg |
|
BUIG |
S |
10% |
449.000 |
44.900 |
|
Jeugdwet |
S |
90% |
2.778.000 |
2.500.200 |
|
Totaal risico's sociaal domein |
|
2.545.100 |
||
|
|
|
|
|
|
i. Reguliere risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - i. Reguliere risico’sBTW-compensatiefonds / SPUK
Per 1 januari 2003 is het btw-compensatiefonds ingevoerd. Uit het fonds krijgen gemeenten de betaalde btw op nota’s van derden gecompenseerd, met uitzondering van de btw die wordt betaald over onderwijsuitgaven en de btw die samenhangt met de subsidiëring van derden. Tegenover deze lagere lasten voor de gemeente staat een uitname uit het Gemeentefonds. Dit houdt in dat de invoering van het btw-compensatiefonds voor de gemeenten gezamenlijk geen voordeel heeft. Voor een individuele gemeente kan de invoering van het btw-compensatiefonds echter wel gevolgen hebben. Vanaf 2019 loopt de gemeente Nunspeet risico over de voorschotregeling BCF. Hiermee is reeds rekening gehouden in de financiële verkenning en de meerjarenraming. Sinds een aantal jaren is de BTW op sport niet meer verrekenbaar. Hiervoor is de zogenaamde SPUK-regeling in werking getreden. Deze regeling is bedoeld om BTW t.a.v. sport te compenseren. Echter is er een totaalbedrag voor alle gemeenten beschikbaar. Het kan dus zijn dat er naar rato uitbetaald wordt en niet de totale aanvraag.
Vennootschapsbelasting
Vanaf 2016 moeten de gemeenten vennootschapsbelasting betalen over de winsten die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. Het financiële gevolg daarvan voor onze gemeente is naar verwachting gering. Voor de uitoefening van haar publieke taak levert de vennootschapsbelasting voor de gemeente geen risico op.
Tegenvallende subsidieverwachtingen
Een risico dat gelopen wordt, is dat projecten of activiteiten worden uitgevoerd die (deels) gedekt worden door subsidies vanuit de Provincie. Wanneer achteraf blijkt dat er niet voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden, ontstaat het risico van een dekkingstekort. Tot op heden is steeds voldaan aan de subsidievoorwaarden. Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt daarom het risico vooralsnog op nihil gesteld.
Gemeentelijke gebouwen
De gemeente heeft verschillende gebouwen in eigendom. Er worden daarbij verschillende risico’s gelopen. De belangrijkste risico’s zijn: asbest, legionellabesmetting, brandveiligheid, veilig werken op daken en wateraccumulatie. De risico’s worden per gebouw geïnventariseerd en in kaart gebracht. Op het gebied van asbest worden de grootste risico’s gelopen. Van de meeste gemeentelijke gebouwen is de asbestsanering uitgevoerd. Van enkele gemeentelijke woningen en kleine objecten moeten de inventarisaties nog plaatsvinden.
|
tabel reguliere risico's |
S=Structureel I=Incidenteel |
|||
|
Risico |
|
Kans van optreden |
Financieel gevolg |
Reëel financieel gevolg |
|
Btw compensatiefonds / SPUK |
I |
10% |
150.000 |
15.000 |
|
Vennootschapsbelasting |
I |
30% |
150.000 |
45.000 |
|
Tegenvallende subsidieverwachtingen |
I |
0% |
0 |
0 |
|
Gemeentelijke gebouwen |
I |
30% |
20.000 |
6.000 |
|
Totaal reguliere risico's |
|
66.000 |
||
j. Coronacrisis
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - j. CoronacrisisBeheersing van risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Beheersing van risico’sVoor elk risico moet een keuze gemaakt worden uit de volgende maatregelen:
- Vermijden: het beleid waar een risico door ontstaat, wordt beëindigd of op een andere manier vormgegeven of er wordt geen beleid gestart dat een risico met zich meebrengt.
- Verminderen: het risico wordt afgedekt via een verzekering, een voorziening of een ander budget in de begroting zodat de gevolgen van een risico worden beperkt.
- Overdragen: dit kan door het beleid dat een risico met zich meebrengt, te laten uitvoeren door een andere betrokken partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt.
- Accepteren: risico’s kunnen ook bewust genomen worden. Als een risico niet wordt vermeden, verminderd of overgedragen, wordt een risico geaccepteerd en moet de eventuele financiële schade volledig via de weerstandscapaciteit gedekt worden
Financiële vertaling van de risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Financiële vertaling van de risico’sVoor vrijwel alle financiële risico’s die zijn te voorzien en kwantificeerbaar zijn, zijn toereikende voorzieningen of bestemmingsreserves gevormd. Van de risico’s die van materiële betekenis en niet goed te kwantificeren zijn, is een financiële vertaling gemaakt zodat deze risico’s meegenomen worden bij het bepalen van het weerstandsvermogen. Van onderstaande risico’s is de kans van optreden uitgedrukt in een percentage. Het reële financiële gevolg wordt berekend door dit percentage te vermenigvuldigen met het financiële gevolg.
| Tabel totalen incidentele en structurele risico's | |
| Risico | Reëel financieel gevolg |
| Structurele risico's: | |
| Financiële risico's | 3.335.500 |
| Personele risico's | 0 |
| Sociaal domein | 2.545.100 |
| Totaal structureel | 5.880.600 |
| Incidentele risico's | |
| Juridische risico's | 55.000 |
| Financiële risico's | 0 |
| Personele risico's | 30.000 |
| Strategische risico's |
1.627.100 |
| Grondexploitaties | 6.221.717 |
| Milieu en bodemverontreiniging | 15.000 |
| Verbonden partijen | 1.931.454 |
| Reguliere risico's | 66.000 |
| Totaal incidenteel | 9.946.271 |
| Totaal risico's | 15.826.871 |
Beoordeling weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Beoordeling weerstandsvermogenOm te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie gelegd worden tussen de hierboven genoemde financieel vertaalde risico’s en de eerder genoemde beschikbare weerstandscapaciteit. Dit wordt uitgedrukt in een ratio. De berekeningswijze van de ratio weerstandsvermogen is als volgt:
Ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruikt gemaakt van onderstaande waarderingstabel:
|
Ratio |
Betekenis |
|
> 2,0 |
Uitstekend |
|
1,4 tot 2,0 |
Ruim voldoende |
|
1,0 tot 1,4 |
Voldoende |
|
0,8 tot 1,0 |
Matig |
|
0,6 tot 0,8 |
Onvoldoende |
|
< 0,6 |
Ruim onvoldoende |
Kwantificering van de incidentele risico’s in tijd en geld, waarvoor de gemeente geplaatst zou kunnen worden is arbitrair. Geconstateerd kan worden dat het incidentele weerstandsvermogen onvoldoende is. Daartegenover is het structurele weerstandsvermogen ruim voldoende. In onderstaande tabel zijn de structurele en incidentele weerstandscapaciteit versus de structurele en incidentele risico’s, weergegeven.
Ratio weerstandsvermogen 42.459.445/15.826.871 = 2,7
Met een uitkomst van het ratio weerstandsvermogen van 2,7 kan worden geconcludeerd dat het totale weerstandsvermogen nog steeds als uitstekend kan worden aangemerkt. De ratio is ten opzichte van 2026 (2,3) iets gestegen..
Continuïteit
Gemeente Nunspeet heeft een sluitende meerjarenbegroting. Daarnaast geven de kengetallen in deze paragraaf inclusief het weerstandsrisico nog geen reden tot twijfel of gemeente Nunspeet haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Wel zijn de gelden die we als gemeente van het Rijk ontvangen, onzeker.
| Tabel totaal incidenteel en structureel weerstandsvermogen | ||||
| Weerstands capaciteit |
Risico's |
Weerstands vermogen |
||
| 41.103.900 | 9.946.271 | 31.157.629 | ||
| 1.355.545 | 5.880.600 | -4.525.055 | ||
| Totaal | 42.459.445 | 15.826.871 | 26.632.574 | |
Toekomstige ontwikkelingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Toekomstige ontwikkelingenDe prognose van de risico’s voor de komende jaren voor de gemeente Nunspeet is als volgt:
De verwachting is dat de totale weerstandscapaciteit voldoende zal zijn voor de financiële gevolgen van de risico’s.
Grondexploitatie en strategische aankopen
In de komende jaren worden de volgende projecten verder ontwikkeld / afgerond: het bedrijventerrein De Kolk, Weversweg, Bedrijvenstrip Elspeet, de Kijktuinen, 't Hul Noord, Feithenhof en de mogelijke ontwikkelingen van strategische aankopen, waaronder de Veluvine.
De kosten van jeugdzorg nemen toe. De vergoedingen van het Rijk staan onder druk. De komende jaren neemt de druk op de jeugdzorg nog verder toe. Aanpassing van het jeugdzorgbeleid wordt een steeds reëlere optie.
Ook zien we dat de decentralisatie in het sociaal domein gepaard is gegaan met een bezuinigingstaakstelling, terwijl organisaties en gemeenten onvoldoende tijd hebben gehad om de daarvoor noodzakelijke transformatieslag te kunnen maken. Beoogde effecten blijven met name bij het onderdeel jeugd uit. Zo wordt nu fors geïnvesteerd in de toegang tot jeugdhulp (Stichting Jeugd Noord-Veluwe), terwijl het beroep op zwaardere hulp nog onvoldoende afneemt. Daar tegenover staan nog wel extra incidentele middelen welke zijn ontvangen via de Algemene Uitkering.
| Tabel prognose meerjarige incidentele en structurele risico's | |||||
| Risico | Financieel gevolg | ||||
| 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | ||
| Structurele risico's | |||||
| Financiële risico's | 3.335.500 | 3.635.500 | 3.935.500 | 4.235.500 | |
| Personele risico's | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Sociaal domein | 2.545.100 | 2.745.100 | 2.945.100 | 3.145.100 | |
| Totaal structurele risico's | 5.880.600 | 6.380.600 | 6.880.600 | 7.380.600 | |
| Incidentele risico's | |||||
| Juridische risico's | 55.000 | 55.000 | 55.000 | 55.000 | |
| Financiële risico's | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Personele risico's | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | |
| Projecten en strategische risico's |
1.627.100 | 3.627.100 | 5.627.100 | 7.627.100 | |
| Grondexploitaties | 6.221.717 | 6.221.717 | 6.221.717 | 6.221.717 | |
| Milieu en bodemverontreiniging | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | |
| Verbonden partijen | 1.931.454 | 2.181.454 | 2.431.454 | 2.681.454 | |
| Reguliere risico's | 66.000 | 66.000 | 66.000 | 66.000 | |
| Totaal incidenteel | |||||
| Totaal risico's verbonden partijen | 9.946.271 | 12.196.271 | 14.446.271 | 16.696.271 | |
| Totaal reëel financieel gevolg | 15.826.871 | 18.576.871 | 21.326.871 | 24.076.871 | |
Kengetallen
Ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) worden in deze paragraaf kengetallen opgenomen die inzicht geven in de financiële positie van onze gemeente.
De volgende financiële kengetallen worden hieronder weergegeven:
- Netto schuld quote (bezittingen / schulden)
- Solvabiliteitsratio (eigen vermogen / vreemd vermogen)
- Kengetal grondexploitatie (boekwaarde in- / nog niet in exploitatie gebruik genomen gronden / totale baten voor bestemming)
- Structurele exploitatieruimte (structurele baten – structurele lasten) / totale baten voor bestemming)
- Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden.
* Kerngetallen zijn inclusief dekkingsvoorstel.
| Kengetallen: | Rekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 |
| Netto schuldquote |
58,8% |
75,3% | 88,5% | 114,8% | 127,0 | 117,0 |
| Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen | 55,3% | 71,4% | 85,0% | 111,2% | 123,4% | 113,5% |
| Solvabiliteitsratiorisico | 49,4% | 46,7% | 41,4% | 35,4% | 33,1% | 34,2% |
| Structurele exploitatieruimte | 3,5% | -3,1% | -0,7% | 0,0% | 0,0% | 1,0% |
| Grondexploitatie | 27,8% | 39,8% | 27,6% | 31,3% | 26,6% | 22,3% |
| Belastingcapaciteit | 86,0% | 87% | 85% |
85% | 85% | 86% |
Toelichting kengetallen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Toelichting kengetallenNetto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Voor de gemeente Nunspeet lag dit rond de 60%. Een percentage boven de 100% geeft aan dat de schuldenlast hoger is dan de baten, waardoor het voldoen aan de betalingsverplichtingen een probleem kan worden. Het percentage stijgt. De toename wordt o.a. veroorzaakt door de toename van de vaste en vlottende schulden. Dit als gevolg van geplande investeringen.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Met deze berekening wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. In hoeverre is de gemeente in staat haar schulden te voldoen. Dit percentage neemt vooral toe in 2028 en 2029. Het is zaak vinger aan de pols te houden.
Solvabiliteitsratio
Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen. Wanneer dit percentage onder de 35% komt, is het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal nog maar één derde. Dit is een signaal dat het moeilijk wordt om aan de verplichtingen te voldoen. Het percentage voor onze gemeente laat een neergaande tendens zien en nadert de 'let op' fase.
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Er is een structureel sluitende begroting, het percentage ligt op of rond de 0%..
Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Het percentage van 27,76% is hoger uitgekomen dan vorig jaar (13,0%). Hoe hoger het percentage, hoe groter het risico. Wanneer dit percentage boven de 100% uit komt, kan er aanleiding zijn om maatregelen te nemen. het percentage neemt de komende jaren toe maar blijft ruim onder de 100%.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het percentage komt de komende jaren uit op 85%. De belastingdruk voor de inwoner wijzigt niet substantieel.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederenParagraaf Onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederenDe gemeente Nunspeet is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 12.500 ha) en een groot deel hiervan is bij de gemeente als openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, openbaar groen, gebouwen en bossen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten.
Het beleid van de gemeente Nunspeet voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in de nota’s:
- ‘Beleids- en beheerplan Water en Riolering ’ (2023-2026);
- ‘Beleids- en beheerplan wegen’ (2024-2028);
- ‘Beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen’ (2024-2033);
- ‘Beleidsplan openbare verlichting’ (2022-2030)
- ‘Groenbeleid- en beheerplan’ (2019-2029);
- ‘Beheerplan heideterreinen gemeente Nunspeet’ (2025-2034).
Waterbeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - WaterbeheerHet Beleids- en beheerplan Water en Riolering is het resultaat van een planproces met de gemeente Elburg en het waterschap Vallei&Veluwe en omvat o.a. de aan de riolering te stellen doelen, de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Het Afvalwaterketenplan is opgesteld voor de periode 2023-2026. Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen alsmede de verbetermaatregelen worden overeenkomstig de kaders van het Beleids- en beheerplan uitgevoerd.
De looptijd van het plan eindigt in 2026. In 2026 zijn de voorbereidingen voor een actualisatie gestart. Naar verwachting zal het geactualiseerde plan eind 2026 of begin 2027 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden.
Onderhoudsbudget rioleringen
Voor het onderhoud aan rioleringen is binnen de begroting 2027 een budget beschikbaar van € 808.000,--. Verder heeft de gemeente een voorziening tarieven rioolheffing. Deze voorziening wordt ingezet voor de dekking van kapitaallasten van investeringen in het riool. De uit te voeren investeringen worden periodiek bepaald en opgenomen in het Afvalwaterketenplan. Op deze planning wordt de omvang en de dotatie of vrijval van de voorziening bepaald.
Wegenbeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - WegenbeheerIn 2024 is een geactualiseerd beleids- en beheerplan wegen opgesteld voor de periode 2024-2028. Het plan gaat uit van kwaliteitsniveau Basis, conform landelijke CROW-richtlijnen. Voor 2026 en verder heeft de gemeenteraad ingestemd met een structurele budgetverhoging van € 520.000,--.om het kwaliteitsniveau Basis te handhaven.
Tweejaarlijks worden de wegen door derden geïnspecteerd om een zuiver beeld te krijgen van de staat van onderhoud. De andere jaren vindt inspectie plaats door eigen medewerkers. De inspectiegegevens worden telkens toegevoegd aan het wegenbeheerssysteem en op basis daarvan worden uitvoeringsmaatregelen voorgesteld. De uitvoeringsmaatregelen worden getoetst aan de praktijk en op basis van deze toets wordt het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd. Op deze wijze wordt dus niet puur theoretisch onderhoud gepland maar op een efficiënte wijze gewerkt.
Onderhoudsbudget wegen
Voor het onderhoud aan wegen is binnen de begroting 2027 een budget beschikbaar van € 1.925.000 ,--.
Openbaar groen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbaar groenln september 2019 is het groenbeleids- en beheerplan voor de periode 2019 t/m 2029 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin is opgenomen dat halverwege de looptijd een tussenevaluatie zal plaatsvinden. In 2025 heeft een inhoudelijke evaluatie en financiële doorrekening plaatsgevonden in samenwerking met ingenieursbureau ANTEA Group.
Aan de gemeenteraad zijn een aantal scenario's voorgelegd: 'versobering', 'op de huidige manier doorgaan' of 'strategisch vooruitkijken'. De gemeenteraad heeft ingestemd met het laatste scenario. Dit scenario is gericht op het beheersbaar krijgen (en houden) van de kosten op de lange termijn en risico's te managen door slim te anticiperen. Dit scenario zet in op het gefaseerd omvormen van overbodige, verouderde en/of onderhouds-intensieve beheergroepen naar meer (ecologisch)
kostenarm groen. Voorbeelden hiervan zijn het verwijderen of omvormen van strakke lijn- en blokhagen naar vrij-uitgroeiend bosplantsoen, waar daar de ruimte voor is. Of het omvormen van gazon naar kruidenrijk gras, door minder vaak te maaien. Dit kan niet overal en vraagt een gedegen, gefaseerde aanpak, slimme investeringen, en goede communicatie. Er zijn
ook andere innovatierichtingen te verkennen. Denk dan bijvoorbeeld aan slimme sensoren voor efficiënt water geven, circulair gebruik van materialen, het gericht inzetten van inwonerparticipatie of uitbreiding van de eigen buitendienst.
Gezien de financiële situatie is in de Programmabegroting 2027-2030 geen structurele budgetverhoging maar een incidentele budgetverhoging in 2027 van € 600.000,- opgenomen. Bij de volgende begroting zal opnieuw beoordeeld worden in hoeverre een structurele budgetverhoging mogelijk is.
In de begroting 2027 is voor beheer van het openbaar groen € 1.426.000,- budget geraamd. Incidenteel is via nieuw beleid € 600.000,- voor 2027 opgenomen.
Openbare verlichting
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichtingHet Beleidsplan openbare verlichting (2022-2030) is in 2022 door de raad vastgesteld. Het vervangingsschema maakt hier deel van uit en geeft aan welke vervanging er in een bepaald jaar moet plaatsvinden. De gemeente Nunspeet telt momenteel ruim 4.800 lichtmasten van diverse typen, kwaliteit en leeftijd.
Afhankelijk van de wegfunctie wordt gekozen voor een verlichtingsniveau gerelateerd aan minimaal de normen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Deze richtlijnen worden door de meeste gemeenten en nutsbedrijven gehanteerd. Het vervangen van verouderde armaturen en lichtmasten wordt de komende jaren verder voortgezet. In het Beleidsplan openbare verlichting is in het kader van energie- en onderhoudskostenbesparing een zo neutraal mogelijk lichtniveau aangehouden met gebruikmaking van de meest efficiënte verlichtingsmiddelen. Hierbij worden verkeersveiligheid, openbare orde, sociale beleving en de woon- en leefbaarheid gewaarborgd. In het kader van de financiële heroverwegingen is rekening gehouden met de verwachte besparingen door gebruik van duurzame producten. De komende jaren wordt ingestoken op de vervanging van oudere armaturen door energiezuinige led-armaturen.
Onderhoudsbudget openbare verlichting
Voor het onderhoud aan straatverlichting is binnen de begroting 2027 een budget beschikbaar van € 100.000,--.
Bossen en natuurterreinen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Bossen en natuurterreinenDe gemeente Nunspeet heeft een groot areaal aan bos- en natuurterreinen dat beheert en onderhouden moet worden. Voor het bosbeheer is het FSC-certificaat (Forest Stewardship Council) van toepassing. De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de voorwaarden hieruit uitgevoerd. In 2026 is het huidige bosbeheerplan afgelopen en moet worden herzien. Deze herziening is in 2026 opgestart omdat een actueel plan een vereiste is voor het behouden van het FSC-certificaat.
Voor het beheer van de bossen en natuurterreinen is in 2027 een (structureel) budget beschikbaar van € 256.000,-. Daarnaast ontvangt de gemeente inkomsten vanuit houtverkoop uit de bossen aan bedrijven en particulieren. Deze inkomsten zijn voor 2027 geraamd op € 400.000,-. Vanuit de provincie ontvangt de gemeentelijk een vergoeding op basis van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Voor 2027 is deze vergoeding geraamd op totaal € 397.000,-.
Gebouwen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - GebouwenDe gemeente Nunspeet heeft om uiteenlopende redenen vastgoed in eigendom. Het vastgoed wordt ingezet voor maatschappelijke doeleinden als dorpshuizen, verenigingsgebouwen en sportaccommodaties. Daarnaast bestaat het vastgoed uit opstallen op begraafplaatsen, woonhuizen, brandweerkazernes en huisvesting van gemeentelijke organisatie.
Aan de gebouwen in de vastgoedportefeuille van de gemeente Nunspeet wordt jaarlijks onderhoud verricht. In het verleden werd groot- en klein onderhoud vanuit diverse onderhoudsbudgetten verricht en voor een deel werd jaarlijks nieuw beleid aangevraagd voor vervangingsinvesteringen.
Deze werkwijze is in 2024 gewijzigd. Er is een samenvattend Meerjarenonderhoudsplan (MJOP)-overzicht over 10 jaar samengesteld. Daarnaast is er voor ieder afzonderlijk gebouw een gedetailleerd MJOP gemaakt. ln de MJOP's is een driejaarlijkse herinspectie opgenomen om te zorgen dat de MJOP's actueel blijven.
Op grond van de gemeentelijke verslaggevingsregels zijn met ingang van 2024 de onderhoudsbudgetten omgezet naar een jaarlijkse dotatie van een ingestelde voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen. Op basis van de geplande onderhoudswerkzaamheden uit de MJOP's worden jaarlijks de onderhoudskosten gedekt uit de voorziening. Daarnaast wordt jaarlijks een dotatie aan de voorziening gedaan om de toekomstige (groot)onderhoudskosten te kunnen dekken.
Paragraaf Financiering
Terug naar navigatie - - Paragraaf FinancieringAlgemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - AlgemeenIn het op 17 februari 2015 vastgestelde financieringsstatuut van de gemeente Nunspeet zijn de uitgangspunten, doelstellingen en beleidsmatige en organisatorische kaders van de treasuryfunctie vastgelegd, evenals de verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering daarvan. Daarnaast bevat het statuut de voor de gemeente relevante uitvoeringsregels.
De financieringsactiviteiten van de gemeente vinden plaats binnen de kaders van het financieringsstatuut en de Financiële verordening gemeente Nunspeet. De uitvoering van het treasurybeleid wordt verantwoord in de financieringsparagraaf van de begroting en de jaarstukken. In de begroting worden de voorgenomen activiteiten en ontwikkelingen beschreven. In de jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het beleid en worden eventuele afwijkingen tussen de begroting en de gerealiseerde uitkomsten toegelicht.
Schatkistbankieren
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - SchatkistbankierenSinds 2013 is het schatkistbankieren voor de gemeente van toepassing. Dit heeft een wettelijke basis in de wet Financiering decentrale overheden (wet FIDO). Concreet betekent dit dat gemeenten verplicht zijn om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het rijk. Gemeenten mogen alleen positieve banksaldi voor het betalingsverkeer op eigen bankrekeningen aanhouden. Dit moet leiden tot een verminderde externe financieringsbehoefte van het Rijk, met als gevolg een lagere staatsschuld en een lagere EMU schuld van de collectieve sector.
Voor de aan te houden middelen in ’s Rijks schatkist is vanaf 1 juli 2021 een drempel van toepassing, die is vastgesteld op 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000.000,-. Het schatkistbankieren kan voor de gemeente een negatieve uitwerking hebben op de rendementsverwachting. De hoogte van het negatieve effect is afhankelijk van de afwijking tussen de door het Rijk gehanteerde rentepercentages en de percentages van marktconforme partijen. Uitzettingen (verstrekken van leningen) uit hoofde van de publieke taak blijven mogelijk. Ook het onderling lenen tussen decentrale overheden biedt wellicht mogelijkheden voor het behalen van een hoger rendement en/of lagere rentelasten. Voorwaarde hierbij is dat er geen toezichtrelatie mag bestaan tussen de betrokken decentrale overheden.
Risicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RisicobeheerHet treasurybeleid van onze gemeente is erop gericht binnen de regelgeving en de financiële mogelijkheden een zo gunstig mogelijk rendement te behalen dan wel de rentelasten zo veel mogelijk te beperken. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden onderkend en beheerst. Het tot nu toe gehanteerde beleid bij de gemeente is, dat het eigen vermogen volledig wordt ingezet als intern financieringsmiddel en niet wordt belegd. Ook wordt geen gebruik gemaakt van rente-instrumenten. Dit beleid wordt in 2027 voortgezet. Binnen de in het financieringsstatuut opgenomen randvoorwaarden worden eventuele tijdelijke financieringsoverschotten of -tekorten tegen gunstige rentepercentages uitgezet of aangetrokken.
Rentebeleid (renterisico's)
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Rentebeleid (renterisico's)Toerekening rente aan investeringen
Onze gemeente streeft naar een evenwichtige samenstelling van de balans. Er wordt in een aantal gevallen gewerkt met een vast rentepercentage voor de toerekening van de rentelasten aan investeringen (bijvoorbeeld rioleringsinvesteringen). Dit rentepercentage blijft gedurende de hele levensduur van de investering aan deze investering gekoppeld.
Op begrotingsbasis wordt aan de (toekomstige) grondexploitaties rente toegerekend op basis van het percentage van de renteomslag. Voor de begroting 2027 is dit percentage berekend op 1%.
Rentetoerekening
Vanaf 2017 is een BBV wijziging voor de rentetoerekening en renteberekening van toepassing. Een belangrijk onderdeel van deze wijziging betreft de renteberekening over het eigen vermogen en de grondexploitatie. De commissie BBV adviseert vanwege het inzicht, de eenvoud en transparantie geen rentevergoeding over het eigen vermogen te berekenen.
Een ander onderdeel betreft de verantwoording van de rentelasten op één centraal taakveld Treasury. Wel mag vanuit dit taakveld rente (kapitaallast) worden doorbelast naar andere taakvelden voor de activa behorend tot deze taakvelden.
Met deze aanbeveling van de commissie BBV wordt met ingang van 2017 geen rente meer berekend over het eigen vermogen. Om te voorkomen dat deze reserves onvoldoende dekking bieden aan het doel waarvoor ze dienen, worden ze gecompenseerd met een inflatiecorrectie. Voor 2027 bedraagt de inflatiecorrectie 2,5%.
De bedragen in onderstaande tabel zijn inclusief aanpassing bij de bijstellingsbrief bij de Programmabegroting 2027-2030
|
RENTESCHEMA 2027 |
|
|
|
|
a. |
Externe rentelasten voor de korte en lange financiering |
|
€ 1.640.000,- |
|
b. |
Externe rentebaten |
|
-/- € 220.000,- |
|
c. |
Totaal door te berekenen externe rente |
|
€ 1.420.000 |
|
Rente die aan de (toekomstige) grondexploitatie wordt doorberekend |
-/- € 639.000,- |
|
|
|
|
Rente projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend |
n.v.t. |
|
|
|
Totaal rente grondexploitaties en projectfinanciering |
|
-/- € 639.000,- |
|
d1. |
Saldo door te rekenen externe rente |
|
€ 781.000,- |
|
|
Rente over eigen vermogen |
|
€ 0,-- |
|
d2. |
Rente voorzieningen die gewaardeerd zijn op contante waarde |
€ 0,-- |
|
|
|
De geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente |
|
€ 781.000,- |
|
e. |
De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente |
|
-/- € 1.494.000,- |
|
|
(incl. overhead) |
|
|
|
f. |
Renteresultaat op het taakveld Treasury (- betekent voordelig) |
|
-/- € 713.000,- |
Financieringspositie
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - FinancieringspositieDe financieringspositie per 1 januari 2027 geeft een begroot financieringstekort. Hierbij moet worden opgemerkt dat de middelen van circa € 26,7 miljoen (peildatum: 31-12-2025) uit de reserve grote projecten, die is gevormd door de verkoopopbrengst NUON-aandelen, buiten beschouwing zijn gelaten. Dit vanwege het feit dat het rendement op deze middelen dient ter compensatie van de weggevallen dividendopbrengsten. In het algemeen wordt geprobeerd een financieringstekort tijdelijk aan te vullen door het aantrekken van kort geld. Dit is niet altijd toegestaan in verband met de zogenoemde kasgeldlimiet.
Op grond van de Wet Fido is de gemeente verplicht per kwartaal de gemiddelde netto vlottende schuld te berekenen. Als deze gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen.
De werkelijke financieringspositie en de daarbij behorende financieringsbehoefte zijn, ondanks de periodieke berekening van de liquiditeitspositie, veelal moeilijk in te schatten. Dit heeft onder andere te maken met de voortgang van de uitvoering van diverse projecten en de daaruit voortvloeiende investeringen. Ook uitgaven als gevolg van de in exploitatie zijnde bestemmingsplannen spelen hierbij een belangrijke rol. Bij de grondexploitatie moet overigens enerzijds rekening worden gehouden met het aankopen van grond, de kosten van bouw- en woonrijp maken en anderzijds met de verkoop van grond.
Liquiditeitspositie
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - LiquiditeitspositieDoor een goed beheer van de dagelijkse saldi wordt gestreefd naar een optimaal rendement en wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie steeds voldoende is om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Het betalingsverkeer verloopt daarbij voornamelijk via onze huisbankier de BNG.
Bij het optimaliseren van het renteresultaat kunnen voor het aantrekken of uitzetten van geld - als gevolg van de liquiditeitspositie in overeenstemming met het financieringsstatuut en de regelgeving voor het schatkistbankieren - meerdere partijen benaderd worden voor het uitbrengen van een offerte. Aan de hand van deze offertes wordt een keuze gemaakt.
Als de rentepercentages van kort geld lager liggen dan die van langlopende leningen, wordt zo veel mogelijk met kort geld gefinancierd. Uiteraard voor zover dit mogelijk is binnen het wettelijk kader van de kasgeldlimiet en de voorwaarden waaronder de rekening-courantovereenkomst met de huisbankier dit toestaat.
Leningenportefeuille
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - LeningenportefeuilleDe omvang van de in het begrotingsjaar aan te trekken geldleningen hangt mede af van de te ramen investeringen. Dit wordt in de programmabegroting bepaald aan de hand van bijlage B Overzicht investeringen en uitgaven per programma.
Voor 2027 wordt een financieringstekort geraamd doordat de stand van de lopende en nieuwe investeringen het eigen vermogen overtreffen. Dit geraamde tekort is exclusief de geblokkeerde middelen uit de verkoopopbrengst NUON-aandelen. Voor een juiste verhouding in de financiering met kort en lang geld zijn ook langlopende leningen geraamd. Op basis van bovenstaande gegevens wordt de totale stand per 31 december 2027 van de opgenomen langlopende geldleningen geraamd op ruim 65,2 miljoen euro.
Geïnvesteerd vermogen/financieringsstructuur
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Geïnvesteerd vermogen/financieringsstructuurHet geïnvesteerd vermogen wordt per 1 januari en 31 december 2027 geraamd op respectievelijk € 123,1 en € 142,3 miljoen. Het gaat hierbij om de totale boekwaarde van de geactiveerde kapitaaluitgaven.
Het totaal geraamde geïnvesteerde vermogen per 31 december 2027 wordt voor ca. € 65,2 miljoen met vreemd vermogen (= geraamde geldleningen per 31 december 2027) en het restant van € 77,1 miljoen met eigen middelen en kortlopende financieringsmiddelen gefinancierd.
Gezien de gemiddelde rentelast van het per 31 december 2027 met vreemd vermogen gefinancierde deel kan worden geconcludeerd dat de geraamde financieringsstructuur en in relatie hiermee ook het weerstandsvermogen van onze gemeente op 1 januari 2027 als voldoende kan worden beoordeeld.
Omslagrente
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - OmslagrenteDe berekening van de renterisiconorm is opgenomen in onderstaand overzicht. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente vrijwel geen renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente, ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente van 1%, blijft het renterisico in de begroting 2027 acceptabel.
De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rentelooptijd van één jaar of langer.
Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zo veel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal.
|
Renterisico per 2027 (x € 1.000,-) |
Begroot 2027 |
Begroot 2028 |
Begroot 2029 |
Begroot 2030 |
|
|
1. |
Renteherziening op vaste schuld o/g |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
2. |
Te betalen aflossingen |
€ 6.893,- | € 6.873,- | € 7.577,- | € 8.087,-- |
|
3. |
Renterisico op vaste schuld (1+2) |
€ 6.893,- | € 6.873,- | € 7.577,- | € 8.087,-- |
|
4. |
Renterisiconorm |
€ 21.598,- |
€ 20.704,- |
€ 20.157,- |
€ 20.137,- |
|
5. |
Ruimte (+)/Overschrijding (-); (4-3)
|
€ 14.565,- |
€ 13.691,- |
€ 12.443,- |
€ 12.099,- |
|
|
Berekening renterisiconorm |
|
|
|
|
|
4a. |
Begrotingstotaal lasten |
€ 107.990,- |
€ 103.518,- |
€ 100.783,- |
€ 101.583,- |
|
4b. |
Percentage |
20% |
20% |
20% |
20% |
|
4. |
Renterisiconorm berekend op basis van cijfers 2027 (4a x 4b) |
€ 21.598,- |
€ 20.704,- |
€ 20.157,- | € 20.317,- |
Beheer beschikbare liquiditeiten
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Beheer beschikbare liquiditeitenKasbeheer
Saldo- en liquiditeitsbeheer
Voor het liquiditeitsbeheer zijn overeenkomsten met de BNG en de Rabobank gesloten. Hierdoor kunnen tekorten aan middelen op een voordelige wijze worden geleend en kan de gemeente tegen voordelige voorwaarden snel over voldoende financiële middelen beschikken. Daarnaast is van belang dat het Rijk alle financiële transacties met de gemeente verrekend bij de BNG (dit geldt overigens voor alle gemeenten). Na de invoering van het schatkistbankieren is het eventueel uitzetten van overtollige liquide middelen bij commerciële banken niet toegestaan, maar alleen bij ’s Rijks schatkist of andere lokale overheden, waarbij geen toezichtrelatie bestaat.
Geldstromenbeheer
Voor een optimaal beheer van de geldstromen is een goede liquiditeitsprognose een belangrijk instrument. Dit brengt een inspanningsverplichting voor de totale organisatie met zich mee. Een continu bijstellen van de liquiditeitsprognose, met als basis de planning van de investeringen, is daarbij van groot belang. Het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjareninvesteringsplanning, waardoor de financieringskosten hoger kunnen uitvallen dan geraamd, vraagt de nodige inspanning. Het verkrijgen van betrouwbare informatie is hierbij van cruciaal belang. Ook het aanscherpen van het debiteurenbeheer en de invordering van belastingen speelt hierbij een belangrijke rol. Het niet nakomen van betalingsverplichtingen heeft invorderingsmaatregelen tot gevolg. In de eerste fase wordt een betalingsherinnering gestuurd, daarna een aanmaning en in derde fase een (dwang)invordering, door gebruik te maken van een (gerechts)deurwaarder. Door een adequate uitvoering van deze invorderingsmaatregelen blijft de afboeking van oninbare vorderingen tot een minimum beperkt.
Duurzame toegang tot financiële markten
Een gemeente heeft als overheidsinstelling een zogenoemde AAA-rating. Dit houdt in dat een gemeente door geldverstrekkers als zeer kredietwaardig wordt beschouwd. Als gevolg hiervan is de toegang tot financiële markten gegarandeerd en kan een gemeente tegen gunstige voorwaarden lenen. Bovendien heeft de gemeente Nunspeet door de overeenkomsten met de banken een zeer snelle toegang tot de financiële markten. Overigens worden bij het aantrekken van nieuwe leningen offertes gevraagd bij meerdere geldverstrekkers.
Leningenportefeuille
Onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen.
De mutaties als gevolg van nieuwe leningen, aflossingen en rente zijn:
|
Mutaties in leningenportefeuille |
Bedrag ( x € 1.000,-) |
Gemiddelde rente |
|
Stand per 1 januari 2027 |
€ 59.900,- |
2,6% |
|
Nieuwe geraamde leningen 2027 |
€ 12.264,- |
|
|
Reguliere aflossingen |
- € 6.893,- |
|
|
Vervroegde aflossingen |
€ 0,- |
|
|
Stand per 31 december 2027 |
€ 65.271,- |
|
Organisatie
In het Financieringsstatuut en de financiële verordening is opgenomen welke personen bevoegd zijn tot het aantrekken en uitzetten van middelen. In het kader van het gemeentebrede project ‘Risico management’ is de administratieve organisatie van de treasuryfunctie beschreven.
Gemeentefinanciering
De financiering van de gemeentelijke activiteiten is de verantwoordelijkheid van het team Financiën. Hierbij wordt de gemeente als een geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit kunnen worden ingezet voor het financieren van een andere activiteit. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Op deze wijze worden de rentekosten beperkt. Projectfinanciering wordt in principe niet toegepast.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de zogenoemde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door een door het ministerie van Financiën vastgesteld percentage (voor 2018 e.v. jaren 8,5%) vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Per kwartaal wordt de gemiddelde liquiditeitspositie bepaald en getoetst aan de kasgeldlimiet. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de provincie als toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen. Voor het begrotingsjaar 2027 bedraagt de berekende kasgeldlimiet € 9.180.000,-.
In onderstaand overzicht wordt de berekening van de begrote kasgeldlimiet voor de jaren 2027 tot en met 2030 weergegeven.
|
Kasgeldlimiet (x € 1.000,-) |
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||
|
Begrotingstotaal lasten |
€ 107.990,- |
€ 103.518,- |
€ 100.783,- |
€ 101.583,- |
|||
|
Begrotingsomvang 1 januari (is grondslag) |
|
|
|
|
|||
|
Toegestaan kasgeldlimiet |
8,5% |
8,5% |
8,5% |
8,5% |
|||
|
Kasgeldlimiet in bedrag |
€ 9.180,- | € 8.800,- | € 8.565,- | € 8.635,- | |||
Paragraaf Bedrijfsvoering
Terug naar navigatie - - Paragraaf BedrijfsvoeringInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - InleidingNadat de gemeenteraad in de programmabegroting en beleidsnotities heeft bepaald wat de gewenste maatschappelijke effecten en doelstellingen van het beleid zijn en welke budgetten daarvoor beschikbaar zijn, neemt het college de uitvoering ter hand. Het geheel van uitvoeringsmaatregelen – inclusief de effectieve en efficiënte inzet van middelen, het hanteren van een systeem van planning & control en de voorbereiding van raadsbesluiten – noemen wij de gemeentelijke bedrijfsvoering.
De bedrijfsvoering is een bevoegdheid en verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders. Toch heeft de wetgever het goed gedacht om in de programmabegroting, het document waarin college en gemeenteraad afspraken maken over het komende jaar, een toelichting op de bedrijfsvoering op te laten nemen.
Organisatieontwikkelingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - OrganisatieontwikkelingenIn de huidige samenleving zijn onomkeerbare ontwikkelingen waarneembaar die vragen om een andere overheid. Denk aan thema’s zoals participatie, netwerken, flexibiliteit, diversiteit en maatwerk. Ook de gemeente moet een antwoord geven op het ontstaan van een netwerksamenleving, die vraagt om het leggen van verbindingen tussen de belangen en de beschikbare oplossingen bundelt naar het gewenste resultaat. In deze veranderende samenleving ontstaan op participatieve wijze lokale maatwerkoplossingen in wisselende samenwerkingsverbanden.
Om de bedrijfsvoering en organisatie van Nunspeet eigentijds en efficiënt te houden is bezig met een organisatie ontwikkeltraject. Hiervoor zijn een aantal onderwerpen rondom organisatieontwikkeling vastgesteld. Zo is het gemeentelijk organisatiemodel doorontwikkeld en is er een missie en visie vastgesteld. Maar ook aan thema’s als portfoliomanagement en duurzame inzetbaarheid wordt gewerkt.
Onze missie is: We staan - met het bestuur en onze inwoners en bedrijven voor een mooi en sociaal Nunspeet, Elspeet, Hulshorst en Vierhouten, waar het fijn wonen, werken en recreëren is waar iedereen telt en waar we samen verantwoordelijk zijn, we zijn een betrouwbare en proactieve partner in het ondersteunen van initiatieven en zetten ons in voor een optimale en klantgerichte dienstverlening.
Onze visie hebben we aldus verwoord: we doen ons werk voor de Nunspeetse samenleving professioneel, collegiaal en samenwerkend als één geheel. We vertrouwen elkaar, waarderen elkaar, houden rekening met elkaar en zijn open naar elkaar. We investeren in de toekomst van Nunspeet en geven ruimte aan ambities, initiatieven en nieuwe ideeën.
Kwaliteitszorg
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - KwaliteitszorgHet lijnmanagement is verantwoordelijk voor de kwaliteit en het verbeteren daar van. Hierbij kan gedacht worden aan het verbeteren op basis van feedback van bijvoorbeeld inwoners en uitkomsten van controles of verbeteringen die door het team zelf worden geïnitieerd. Er wordt extra capaciteit ingezet op het vaststellen en vastleggen van processen en procedures. De door- en uitstroom van medewerkers is nog steeds groter dan voorheen maar is nog steeds lager dan het gemiddelde van een andere gemeente van onze grootte. Het is dus nog steeds belangrijk om werkwijzen op een eenduidige wijze vast te leggen zodat het vertrek van iemand niet direct hoeft te leiden tot een daling in de kwaliteit.
Verbeteren naar aanleiding van feedback
Het aangeschafte inspraakplatform "Denk mee" is een initiatief van gemeente Nunspeet dat wordt ingezet voor allerlei inspraakprocessen: ideeën ophalen, stemmen, discussiëren, enquêtes, polls, burgerbegroting, openbare onderzoeken. En uiteindelijk worden de resultaten gebruikt voor kwaliteitsverbetetering.
Verder is het project 'begrijpelijk taal opgestart. Doel van dit project is dat alle schriftelijke communicatie naar inwoners, organisaties en bedrijven plaats vindt in begrijpelijke taal.
Verbeteren bereikbaarheid
Sinds 1 januari 2022 worden alle klantcontacten geregistreerd in Djuma. Onderdeel daarvan zijn ook de terugbelverzoeken. Het voordeel hiervan is dat deze inzichtelijk zijn als iemand afwezig is en op deze manier ook de teammanager over sturingsinformatie beschikt om de bereikbaarheid van het eigen team te verbeteren.
Periodiek vindt er nog steeds een onafhankelijk bereikbaarheidsonderzoek plaats. Naar aanleiding van de uitkomsten wordt weer duidelijk wat er nog verbeterd kan worden.
Personeel- en organisatiebeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Personeel- en organisatiebeleidHet bestuurs- en managementmodel van de gemeente Nunspeet erkent medewerkers als het belangrijkste productiemiddel. Binnen de kaders van de gemeenteraad en in opdracht van het college van B&W ontwikkelen zij beleid en leveren zij gemeentelijke diensten. Dit vraagt om taakvolwassen professionals: deskundige sparringpartners voor het bestuur, publiek ondernemende vakmensen en sterke netwerkers.
De gemeente kiest daarom voor een organisatiebeleid dat deze rol ondersteunt. De samenwerking tussen ambtenaren en bestuur kenmerkt zich door wederzijds respect, heldere verantwoordelijkheden en bewustzijn van onderlinge afhankelijkheden. Loyaliteit, motivatie en professionaliteit vormen de basis van de organisatiecultuur.
De komende jaren ligt de focus op het versterken van het strategisch personeelsbeleid. Daarbij is specifieke aandacht voor moeilijk vervulbare functies binnen het domein Ruimte, het behoud van ervaren medewerkers en het opvangen van kennisverlies door aanstaande pensioneringen.
Planning & control
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Planning & controlEen goed functionerend systeem van planning & control (P&C) is essentieel voor de beheersing en sturing van werkprocessen binnen de organisatie. Dit systeem steunt op regelmatig overleg tussen collegeleden, directie en teammanagers, en op kwaliteitsbewaking van adviezen door de directiesecretaris en concerncontroller (o.a. juridisch en financieel).
Daarnaast omvat de P&C-cyclus periodieke rapportages aan directie, college en gemeenteraad. Deze cyclus start met de programmabegroting en eindigt met de programmaverantwoording (programmaraad).
P&C is niet alleen een set instrumenten, maar vooral een kwestie van houding en gedrag: afspraken nakomen (“zeggen wat je doet en doen wat je zegt”), verantwoordelijkheid nemen en transparant zijn. Fouten maken mag, mits daarvan geleerd wordt en er open over wordt gecommuniceerd.
Een belangrijk onderdeel van de cyclus is de Perspectievennota, waarin de raad richting geeft aan de nieuwe begroting. Via kwartaalrapportages wordt de voortgang van de begroting gevolgd en besproken, waarbij indicatoren worden verantwoord in de commissie Planning & Control.
Administratieve organisatie en interne controle
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Administratieve organisatie en interne controleControle-omgeving en interne beheersing
De controle-omgeving vormt een basisvoorwaarde voor een goed functionerende organisatie. Hierbij spelen soft controls, zoals cultuur, houding en gedrag, een cruciale rol. Organisaties dienen zichzelf continu de volgende vragen te stellen:
- Wat is ons ambitieniveau als organisatie? Wat kunnen en willen wij aan?
- Zijn wij bereid om te leren en te verbeteren?
- Sluit onze inrichting en werkwijze aan op onze ambities?
Ontwikkelingen binnen interne beheersing
Interne beheersing vormt voor veel organisaties in het publieke domein een uitdaging. Ook binnen de gemeente Nunspeet is het van belang dat de bedrijfsprocessen aantoonbaar op orde zijn. Deze processen veranderen onder invloed van toenemende digitalisering en automatisering.
Deze ontwikkelingen hebben directe gevolgen voor de inrichting van de (verbijzonderde) interne controle. Met name de automatiseringsomgeving en application controls worden steeds belangrijker. Dit sluit aan bij de landelijke aandacht voor:
- Informatiebeveiliging
- Privacybescherming
- Naleving van normen zoals de BIO en ENSIA (en naar verwachting vanaf 2026 ook NIS2)
Rechtmatigheidsverantwoording
Met ingang van boekjaar 2023 geeft het college een rechtmatigheidsverklaring af. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is dat de verantwoording:
- efficiënt en effectief wordt ingericht
- niet leidt tot extra administratieve lasten (bij voorkeur juist vermindering)
Om deze verklaring te kunnen afgeven, moet de procesbeheersing aantoonbaar op orde zijn. Door middel van interne controle moet inzichtelijk worden gemaakt dat zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid gewaarborgd zijn. Dit vereist een gedegen voorbereiding.
Professionalisering van interne controle
Het college moet kunnen vertrouwen op een kwalitatief hoogwaardige interne controle. Dit vraagt om:
- een professionele en gestructureerde controleaanpak
- goede vastlegging van bevindingen
- heldere en consistente rapportages
Daarnaast is het essentieel dat het college actief wordt meegenomen in de uitkomsten van de interne controle, zodat zij op basis hiervan een goed onderbouwd oordeel kunnen vormen en een rechtmatigheidsverklaring kunnen afgeven.
Doelmatig- en doeltreffendheidonderzoeken
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Doelmatig- en doeltreffendheidonderzoekenDe effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering vormen een rode draad door het dagelijks bestuur van de gemeente. De middelen zijn beperkt en er is een groot scala aan doelen te behalen. Kritisch doelgericht werken en verspilling voorkomen zijn dan ook aandachtspunten waarvan nagenoeg al het gemeentelijke handelen is doortrokken.
Omdat met beperkte middelen, die bovendien nauwelijks kunnen worden beïnvloed, een heel groot takenpakket moet worden uitgevoerd hebben de gemeenten doelmatig- en doeltreffendheid over het algemeen hoog in het vaandel staan. De wetgever heeft in artikel 213a van de Gemeentewet voorgeschreven dat het college regelmatig onderzoek moet doen naar de doelmatig- en doeltreffendheid van het gevoerde beleid. Ook de manier waarop dat moet gebeuren, wordt ten dele voorgeschreven. Dit blijkt voor gemeenten een forse administratieve lastenverzwaring met zich mee te brengen. Middelgrote en kleinere gemeenten komen in de praktijk niet of nauwelijks toe aan de voorgeschreven onderzoekscyclus. Zij zijn wel degelijk bezig met doelmatig- en doeltreffendheid, maar voldoen formeel niet aan artikel 213a van de Gemeentewet. Daar staat geen sanctie tegenover en overigens wordt een wijziging van de wet verwacht waarbij artikel 213a wordt geschrapt of minder verplichtend gemaakt.
In Nunspeet wordt de toepassing van artikel 213a uitgevoerd via de kwartaalrapportages. In de kwartaalrapportages zijn de beleidsindicatoren opgenomen. Daarnaast komt de doelmatigheid aan de orde in de onderzoeken van de rekenkamercommissie en de accountant.
Informatieveiligheid
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - InformatieveiligheidInleiding
Informatiebeveiliging is essentieel voor een betrouwbare en continu functionerende gemeentelijke organisatie. Het omvat het beschermen van informatie tegen uiteenlopende dreigingen, zodat de bedrijfscontinuïteit wordt gewaarborgd en risico’s worden beheerst. Van de gemeente Nunspeet wordt verwacht dat zij zorgvuldig, professioneel en verantwoordelijk omgaat met de gegevens van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. De gemeente Nunspeet heeft informatiebeveiliging onderdeel gemaakt van de gehele organisatie door middel van beleid, processen, procedures, organisatiestructuur en technische voorzieningen. Deze maatregelen zijn gericht op het waarborgen van de beschikbaarheid, integriteit (juistheid, volledigheid) en vertrouwelijkheid van informatie.
Wat willen we bereiken?
De gemeente Nunspeet streeft ernaar risico’s binnen de informatievoorziening te beheersen tot een acceptabel niveau. Dit doet zij door het versterken van zowel technische als organisatorische beveiligingsmaatregelen en door blijvend te investeren in bewustwording en veilig gedrag van medewerkers. Daarnaast zorgt de gemeente voor tijdige signalering, opvolging en evaluatie van informatiebeveiligingsincidenten. Ook de verantwoordelijkheid voor de toeleveringsketen krijgt nadrukkelijk de aandacht. De gemeente ziet erop toe dat leveranciers en dienstverleners voldoen aan gestelde beveiligingseisen via onder meer duidelijke contractuele afspraken, certificeringen, evaluatiemomenten en periodieke toetsing.
De gemeente Nunspeet groeit verder in de volwassenheid van informatiebeveiliging. De focus verschuift daarbij van reactief handelen naar het tijdig herkennen en voorkomen van risico’s en incidenten. Binnen het informatiebeveiligingsmanagementsysteem (ISMS) wordt gewerkt met een plan-do-check-act-cyclus. Sinds 2026 is risicomanagement, inclusief interne controles, verder geïmplementeerd. Dit zorgt voor een continu proces van monitoring en verbetering, waarmee de betrouwbaarheid van de dienstverlening wordt versterkt.
Informatiebeveiligingsdoelstellingen
Informatiebeveiligingsbeleid gaat over de ‘intenties en richting’ van de organisatie. In het strategisch beleid voor informatiebeveiliging en bedrijfscontinuïteit van de gemeente Nunspeet zijn de volgende algemenere doelstellingen als kader opgenomen:
· Het managen van de informatiebeveiliging.
· Het adequaat beschermen van bedrijfsmiddelen.
· Het minimaliseren van risico’s van menselijk gedrag.
· Het voorkomen van ongeautoriseerde fysieke toegang.
· Het garanderen van correcte en veilige informatievoorzieningen.
· Het beheersen van de toegang tot informatiesystemen.
· Het waarborgen van veilige informatiesystemen.
· Het voorkomen, adequaat reageren op en het minimaliseren van de eventuele gevolgen van informatiebeveiligingsincidenten.
· Het beschermen van (kritieke) bedrijfsprocessen.
· Het waarborgen van de continuïteit van de dienstverlening door middel van bedrijfscontinuïteitsmanagement.
Deze ambities hebben geleid tot de volgende vier doelstellingen:
Binnen de teams moet duidelijk zijn welke eisen er gelden op het gebied van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens en processen.
- Vanaf 2025 wordt gewerkt aan het invoeren van risicomanagement.
- Vanaf 2025 wordt gebruik gemaakt van de plan-do-check-act cyclus en worden interne periodieke controles ingevoerd via het managementsysteem voor informatiebeveiliging (ISMS) van Key2Control.
- De komende jaren wordt ingezet op het verhogen van de bewustwording en verdere professionalisering op het gebied van informatiebeveiliging en het officieel vaststellen van de benodigde competenties van personeel dat betrokken is bij het informatiebeveiligingsmanagementsysteem om informatiebeveiliging effectief te kunnen beheren.
Hoe gaan we onze doelstellingen halen?
1. Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de ENSIA
De gemeente hanteert de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als normenkader voor het waarborgen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie. In 2027 wordt verder gewerkt aan de implementatie van BIO2, de geactualiseerde versie die in lijn is gebracht met de Europese NIS2-richtlijn. De NIS2-richtlijn, die in Nederland wordt geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (verwacht juli per 2026), stelt aangescherpte eisen aan informatiebeveiliging en incidentrapportage. Gemeenten vallen onder deze regelgeving, aangezien hun dienstverlening is aangemerkt als essentieel. Dit betekent dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om cyberrisico’s te beheersen en de digitale weerbaarheid te vergroten. De gemeente legt jaarlijks verantwoording af over de stand van de informatiebeveiliging via de ENSIA-systematiek. De BIO vormt hierbij het toetsingskader. Sinds 2025 werkt de gemeente aan de gefaseerde invoering van BIO2, waarbij bevindingen uit ENSIA-audits leidend zijn voor prioritering van verbetermaatregelen. In 2027 ligt de focus op het verder versterken van de implementatie van BIO2, met specifieke aandacht voor bewustwording, incidentmanagement en de borging van bedrijfscontinuïteit.
2. Risicomanagement
In 2026 zijn, in samenwerking met de teammanagers, de belangrijkste informatiebeveiligingsrisico’s gemeentebreed in kaart gebracht. Dit heeft geresulteerd in een integraal overzicht van risico’s, inclusief bijbehorende beheersmaatregelen. De directie heeft ingestemd met dit overzicht en de daarbij gehanteerde prioritering. De risico’s worden beheerd via een centraal risicoregister binnen het Information Security Management System (ISMS). Door toepassing van de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) worden risico’s doorlopend gemonitord, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Hiermee zijn informatiebeveiligingsrisico’s structureel ingebed in de planning- en controlcyclus van de organisatie. In 2027 wordt ingezet op het verder actualiseren en verdiepen van het risicoregister, het versterken van de samenhang met andere risicodomeinen en het verbeteren van de rapportage over risico’s richting management en bestuur.
3. Information Security Management System (ISMS)
Sinds 2025 werkt de gemeente volgens een Information Security Management System (ISMS), waarmee structureel invulling wordt gegeven aan informatieveiligheid en privacybescherming. Binnen dit kader wordt consequent gewerkt volgens de plan-do-check-act (PDCA)-cyclus, waardoor beleid, uitvoering, controle en bijsturing continu op elkaar aansluiten. In de praktijk betekent dit dat verantwoordelijkheden en acties nadrukkelijk in de eerste lijn worden belegd, zodat eigenaarschap daar ligt waar de risico’s zich voordoen. Daarnaast zijn interne, periodieke controles ingericht om de effectiviteit van maatregelen te toetsen en tijdig bij te sturen. Deze werkwijze draagt bij aan een aantoonbare en volwassen beheersing van informatieveiligheidsrisico’s.
4. Bewustwording
De menselijke factor is van doorslaggevend belang voor een adequaat niveau van informatiebeveiliging. In 2027 zet de gemeente in op het structureel verhogen van het bewustzijn onder medewerkers, door:
- het aanbieden van gerichte trainingen en voorlichting over informatiebeveiliging en bedrijfscontinuïteit;
- het versterken van kennis over veilig handelen in de dagelijkse praktijk;
- het verduidelijken van meldroutes voor incidenten en kwetsbaarheden;
- het opstellen en actief uitdragen van gedragsregels;
- het informeren van medewerkers over actuele ontwikkelingen en dreigingen.
5. Incidentmanagement
Ondanks preventieve maatregelen blijven beveiligingsincidenten onvermijdelijk. De gemeente beschikt daarom over een ingericht incidentmanagementproces om snel en adequaat te kunnen handelen en de impact te beperken. In 2027 wordt dit proces verder doorontwikkeld en geborgd. Meldingen worden uniform afgehandeld volgens vastgestelde procedures. Bij incidenten met persoonsgegevens wordt de Privacy Officer betrokken. Indien structurele kwetsbaarheden worden vastgesteld, worden corrigerende maatregelen getroffen en vindt analyse plaats naar de onderliggende oorzaken (root cause analysis).
6. Bedrijfscontinuïteit
Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, zijn in 2026 -afgezien van bedrijfscontinuïteitsbeleid- een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP), een uitwijk- en herstelplan en teamdraaiboeken opgesteld. In 2027 ligt de nadruk op het testen, oefenen en verder verbeteren van deze plannen. Door middel van scenario-gebaseerde oefeningen van het incidentmanagementproces en de uitwijk- en herstelprocedures wordt de weerbaarheid van de organisatie versterkt en wordt inzicht verkregen in de effectiviteit van de maatregelen.
Privacy
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - PrivacyBij de uitvoering van gemeentelijke taken verwerkt de gemeente persoonsgegevens op basis van verschillende wettelijke kaders. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vormt sinds mei 2016 het algemene wettelijke kader voor de verwerking van persoonsgegevens. In Nederland wordt de AVG op onderdelen aangevuld door de Uitvoeringswet AVG (UAVG). Voor opsporings- en handhavingstaken, zoals die van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), geldt daarnaast de Wet politiegegevens (Wpg). Deze wet is gebaseerd op de regels voor gegevensbescherming bij rechtshandhaving en kent ook enkele specifieke bepalingen. Afhankelijk van de gemeentelijke taak zijn daarnaast sectorspecifieke wettelijke kaders van toepassing, zoals de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) en wetgeving binnen het sociaal domein. Ook krijgen gemeenten in toenemende mate te maken met aanvullende regels rond algoritmen en artificiële intelligentie.
Deze wet- en regelgeving is erop gericht dat persoonsgegevens rechtmatig, behoorlijk, transparant en veilig worden verwerkt. Daarom is een groei in het volwassenheidsniveau van de omgang met persoonsgegevens noodzakelijk. De gemeente moet daarbij aantoonbaar kunnen maken dat zij aan deze regels voldoet. Dat vraagt om verdere doorontwikkeling van beleid, governance, risicomanagement, bewustwording, uitvoering en control. Voor verwerkingen met een waarschijnlijk hoog privacy risico wordt vooraf een data protection impact assessment (DPIA) uitgevoerd, zodat privacy risico’s tijdig in beeld zijn en passende technische en organisatorische maatregelen kunnen worden getroffen.
Frauderisico
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Frauderisico
Als onderdeel van het risicomanagement dient onze gemeente periodiek een specifieke frauderisico-inventarisatie uit te voeren. Het doel hiervan is om te voorkomen dat kwetsbaarheden in de interne beheersing onopgemerkt blijven.
In de kadernota rechtmatigheid wordt expliciet aandacht gevraagd voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O). Het college spreekt zich daarbij uit over de mate waarin het M&O-beleid:
- voldoende actueel is;
- aansluit bij de meest recente wet- en regelgeving én de uitvoeringspraktijk;
- en daadwerkelijk wordt nageleefd binnen de organisatie.
Rechtmatigheid
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - RechtmatigheidRechtmatigheidsverantwoording
In de paragraaf bedrijfsvoering is, mede op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de met de raad gemaakte afspraken, nadere toelichting opgenomen op de financiële rechtmatigheid. Tevens is in deze paragraaf door het college uiteengezet welke maatregelen worden getroffen om geconstateerde afwijkingen in de toekomst te voorkomen dan wel te beperken.
Verantwoordingsgrens
De verantwoordingsgrens voor de gemeente Nunspeet is voor het boekjaar 2027 vastgesteld op 2%. Deze grens sluit aan bij de door de accountant gehanteerde tolerantiewaarde van 2% ten behoeve van het verstrekken van een goedkeurende controleverklaring.
Rapporteringsgrens college
Het college licht geconstateerde onrechtmatigheden toe in de paragraaf bedrijfsvoering indien en voor zover deze de vastgestelde rapporteringsgrens overschrijden. Voor het boekjaar 2027 is deze rapporteringsgrens bepaald op een bedrag van € 50.000.
Subsidies
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - SubsidiesSubsidies worden verstrekt op basis van een wettelijk voorschrift. In Nunspeet bestaat dit uit de Algemene Subsidieverordening (ASV) en de daarbij horende deelverordeningen.
-
ASV
Bevat de procedurele regels voor subsidieverlening, zoals:- termijnen
- voorwaarden en verplichtingen
- afwijkingsmogelijkheden
-
Deelverordeningen
Bevatten inhoudelijke regels over:- specifieke activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt
Uitzonderingen
- Begrotingssubsidies
- Ontvanger en bedrag staan direct in de (toelichting op de) begroting
- ASV kan eventueel deels van toepassing worden verklaard
Incidentele subsidies
Als er geen deelverordening is, maar de activiteit wel binnen het beleid past:
- Kan het college een incidentele subsidie verstrekken (maximaal 4 jaar)
- Het college rapporteert jaarlijks:
- welke incidentele subsidies zijn verleend
- wanneer de hardheidsclausule is toegepast
Subsidieplafonds
De gemeenteraad kan subsidieplafonds vaststellen bij de begroting:
- Doel: voorkomen dat meer subsidie wordt verstrekt dan budget beschikbaar is
| Omschrijving subsidie | Subsidieplafond | aanvullende info | Verdeling bij bereiken subsidieplafond |
| Eenmalige subsidie culturele activiteit | 12.000 | Wie het eerst komt, ontvangt het eerst | |
| Jaarlijkse subsidie amateurkunstverenigingen: Muziekverenigingen | 19.100 | Naar rato | |
| Jaarlijkse subsidie amateurkunstverenigingen: Zangverenigingen | 12.920 | Naar rato | |
| Jaarlijkse subsidie herdenken en vieren | 16.430 | Vast bedrag per kern en bij meerdere aanvragen per kern op basis van belangenafweging. | |
| Regeling Stimuleringsbijdrage zangoptredens in woon-/zorglocaties in de gemeente Nunspeet | 7.500 | Op volgorde van binnenkomst | |
| Eenmalige subsidie sport | 17.110 | Wie het eerst komt, ontvangt het eerst | |
| Subsidie brede regeling combinatiefuncties | 187.980 | plus de gelden ontvangen vanuit de landelijke regeling combinatiefuncties | Voorkeurspartij |
| Subsidies onderwijs en opvang: Peuteropvang en VE | 320.000 | VVE plekken en VVE toeslag (= OAB) | Op basis van weging naar prioriteit |
| Subsidies onderwijs en opvang: Peuteropvang en VE | 170.000 | reguliere peuterplekken | Worden in zijn geheel gehonoreerd |
| Subsidies onderwijs en opvang: Thuisprogramma (=OAB) | 26.500 | Wie het eerst komt, ontvangt het eerst | |
| Subsidies onderwijs en opvang: Taalinterventie(s) basisonderwijs (= OAB) | 22.478 | Op basis van weging naar prioriteit | |
| Jaarlijkse eenmalige subsidies sociale samenhang en leefbaarheid | 45.000 | Wie het eerst komt, ontvangt het eerst | |
| Subsidie preventief Jeugdbeleid: Centering zwangerschap | 22.500 | Naar rato op basis van aantal deelnemers | |
| Subsidie preventief Jeugdbeleid: OKO interventies | 50.000 | Wie het eerst komt, ontvangt het eerst | |
| subsidie Klïmaatadaptievemaatregelen/subsidie erfbeplanting | 60.000 | (inclusief restant voorgaande jaren) | Wie het eerst komt, ontvangt het eerst. |
| subsidie Monumenten | 139.190 | Wie het eerst kom, ontvangt het eerst. | |
| NB. Met betrekking tot eenmalige subsidie sport: Als aanvraag nieuw beleid niet wordt goedgekeurd, is het subsidieplafond 4.000 euro lager. | |||
| NB. Met betrekking tot subsidies preventief jeugdbeleid: de deelverordening moet nog door het college worden vastgesteld. | |||
Paragraaf Verbonden partijen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Verbonden partijenParagraaf Verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Paragraaf Verbonden partijenWat zijn verbonden partijen? Volgens artikel 1 lid b van het Besluit begroting en verantwoording is een verbonden partij:
‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft’.
Vervolgens worden in de leden c en d aangegeven wat een bestuurlijk en een financieel belang is. Een bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Het gaat bij verbonden partijen om de specifieke combinatie van financiële en bestuurlijke inbreng.
Bij de gemeente Nunspeet is sprake van de volgende verbonden partijen:
Directe deelnemingen in vennootschappen:
- Bank Nederlandse Gemeenten NV;
- NV Alliander;
- Vitens NV;
- NV Afvalsturing Friesland;
- Fryslan Miljeu.
Overige deelnemingen:
- Noord-Veluws Archief (NoVA);
- Omgevingsdienst Veluwe;
- Leisurelands;
- Coöperatie Gastvrije randmeren;
- Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
- NV Inclusief Groep;
- Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
- Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Noord- en Oost Gelderland;
- Sportbedrijf Nunspeet.
Per verbonden partij is een risicoanalyse opgesteld. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico dat de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Een manier van risicometing is te kijken naar de solvabiliteit. De solvabiliteit is de mate waarin de onderneming in staat is het totale vreemd vermogen terug te betalen. Het is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen van een onderneming. Men berekent de solvabiliteit als verhouding tussen eigen vermogen/totaal vermogen. Een solvabiliteit wordt goed genoemd als deze hoger is dan 25% (eigen vermogen is meer dan 25% van het balanstotaal).
Op grond van het Besluit begroting en verantwoording (artikel 2 BBV) moeten gemeenten voor verbonden partijen informatie opnemen. De volgende informatie moet tenminste worden opgenomen:
- de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
- het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
- de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
- de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
- de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente.
Bij de bepaling van de verwachte omvang van het eigen en vreemd vermogen en het financiële resultaat worden de meest recente jaarcijfers als basis gehanteerd. Bij de weging van het risico van verbonden partijen zal gekeken worden naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.
Bank Nederlandse Gemeenten NV
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Bank Nederlandse Gemeenten NVVestigingsplaats
Den Haag
Publiek belang
De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak.
Bestuurlijk belang
De gemeente heeft zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezit (één stem per aandeel van € 2,50). Het aandelenbezit wordt gezien als een duurzame belegging. Gedurende het afgelopen jaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in het belang van onze gemeente in de BNG.
Financieel belang
De gemeente Nunspeet bezit een aandelenbelang van 0,13% in de BNG, met een nominale waarde van € 187.688,--. De gemeente bezit 75.075 aandelen van nominaal € 2,50. Dit financieel belang zal naar verwachting in 2027 niet wijzigen.
Beleidsvoornemens
Geen beleidswijzigingen voorzien.
Risicoanalyse
Het verwachte eigen en vreemd vermogen en de verwachte nettowinst is gebaseerd op de jaarcijfers 2025 van de BNG Bank. De BNG geeft in haar jaarstukken 2025 aan: 'De hoogte van de nettowinst is met onzekerheden omgeven, omdat de bank geen voorspelling kan doen over de ontwikkeling van de ongerealiseerde marktwaardeveranderingen. Een betrouwbare schatting van de nettowinst voor 2026 kan de bank daarom niet maken.' Aangezien de BNG dit voor 2026 aangeeft, zal voor een voorspelling voor 2027 aangesloten worden op de jaarcijfers 2025.
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 4.863 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 110.701 miljoen |
| Verwachte achtergestelde schulden per 1 januari/31 december 2027 | € 21 miljoen |
| Verwachte nettowinst na belastingen 2027 | € 172 miljoen |
Op basis van de verhouding eigen vermogen/totaal vermogen (4,2%) zou geconcludeerd kunnen worden dat de solvabiliteit niet goed is. Dat zou betekenen dat het risico hoog is. Echter het eigenaarschap ligt bij gemeenten, provincies en de Staat. De bank heeft een (door de statuten) beperkt werkterrein. Dit biedt de financiers vertrouwen en hierdoor is het risico van kredietverlening aan de BNG beperkt. Dit zorgt ervoor dat de bank tegen gunstige tarieven gelden kan aantrekken. Daarnaast vermeldt de BNG in het jaarverslag hoe zij invulling geeft aan de risicobeheersing en -controle. Het risicobeheer is gericht op handhaving van het risicoprofiel van BNG Bank. Het Internal Governance Framework (IGF) vormt de basis voor alle besluitvorming binnen BNG Bank. Het IGF beschrijft het 'Three Lines of Defense'-model en hoe het risicobeheer hierin is gepositioneerd. Onderdeel van het IGF is het Risk Management Framework (RMF), bestaande uit het overkoepelende beleid inzake algemene en specifieke risicogerelateerde onderwerpen, zoals risk governance, risk appetite framework en specifieke risico’s. Het RMF is toegesneden op het specifieke bedrijfsprofiel van BNG Bank. Risicobeheeractiviteiten zijn geïntegreerd in alle delen van de organisatie waar belangrijke risico's kunnen ontstaan. Het continue risicobeheerproces omvat het identificeren, beoordelen, meten, bewaken, rapporteren en sturen van de verschillende soorten risico's. Per saldo wordt geconcludeerd dat het risico van de BNG bank laag is.
NV Alliander
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - NV AllianderVestigingsplaats
Arnhem
Publiek belang
Het veiligstellen van de levering van elektriciteit onder alle omstandigheden en het genereren van dividend door belegging van middelen. Deze middelen kunnen in beginsel vrij worden aangewend voor gemeentelijke taken (algemeen dekkingsmiddel).
Bestuurlijk belang
De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.
Financieel belang
Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Sinds 2004 is het dividend gelijk aan het pay-outpercentage van 45% van de nettowinst uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen. De gemeente bezit 339.318 aandelen met een nominale waarde van € 34.424. Dit belang zal naar verwachting in 2027 niet wijzigen.
Beleidsvoornemens
Het vastgestelde dividendbeleid van Alliander is:
- Continueren huidig pay-out ratio (conform huidig beleid): dit betekent dat het dividendbeleid, als onderdeel van het financieel beleid, blijft voorzien in een uitkering van maximaal 45% van de winst na belastingen, gecorrigeerd voor fair value mutaties, periodieke vergoedingen voor leningen die via het eigen vermogen worden verwerkt en bijzondere posten die niet hebben geleid tot kasstromen, tenzij investeringen of financiële criteria een hoger winstinhoudingspercentage vereisen en/of na uitkering van dividend de solvabiliteit lager uitkomt dan 30%;
- Introductie van een dividendplafond: dit betekent dat in aanvulling op het bestaande dividendbeleid, de absolute dividenduitkering wordt gemaximeerd, door introductie van een dividendplafond ter hoogte van EUR 100 miljoen per jaar;
- Indexatie van het plafond: vanaf boekjaar 2026 wordt het voorgenoemde plafond van EUR 100 miljoen jaarlijks geïndexeerd op basis van de werkelijke Consumentenprijsindex (CPI), zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Gezien dit beleid is in lijn met voorgaande jaren het begrote dividend 2027 bijgesteld naar nihil. Zodra een actualisatie van het beleid plaatsvindt, zal worden gekeken of er weer dividend in de gemeentelijke begroting kan worden geraamd.
Risicoanalyse
Het verwachte eigen en vreemd vermogen 2027 en het verwacht resultaat 2027 zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2025:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 6.200 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 7.960 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | € 290 miljoen |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 43,8 %. Algemeen genomen worden een minimaal percentage van 25% als goed of gezond aangemerkt. Het resultaat over 2025 bedroeg € 290 miljoen. Omdat een betrouwbare voorspelling van het resultaat voor de komende jaren niet mogelijk is, wordt voor de verwachting 2027 aangesloten bij het behaalde resultaat over 2025. Gezien het hoge eigen vermogen wordt het risico van NV Alliander als laag aangemerkt.
NV Vitens
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - NV VitensVestigingsplaats
Lelystad
Publiek belang
De gemeente Nunspeet is aandeelhouder van NV Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland. Bij het leveren van vers en betrouwbaar drinkwater wil Vitens respectvol blijven omgaan met de natuur. Om waterbronnen te beschermen werkt het bedrijf samen met waterschappen, natuurorganisaties, gemeenten en provincies. Om verdroging te voorkomen, verplaatst het bedrijf waar nodig waterwingebieden. Ook werkt het bedrijf zo veel mogelijk met milieuvriendelijke installaties. Dit past bij de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders: de provincies en gemeenten.
Bestuurlijk belang
De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.
Financieel belang
De gemeente Nunspeet bezit een aandelenpakket van 24.035 aandelen met een nominale waarde van € 4.062. Dit belang zal naar verwachting in 2027 niet wijzigen. Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Als de solvabiliteit hoger of gelijk is aan de streefsolvabiliteit (een eigen vermogen (EV) minimaal gelijk aan 25% van het balanstotaal en een garantievermogen (EV + achtergestelde leningen minimaal gelijk aan 30% van het balanstotaal) en als de winst toereikend is, wordt aan de houders van gewone aandelen een dividend uitgekeerd van minimaal 40% en maximaal 75% van het netto resultaat.
Beleidsvoornemens
Voor de komende jaren verwacht Vitens geen dividend uit te kunnen keren.
Risicoanalyse
Het verwachte eigen en vreemd vermogen 2027 en het verwacht resultaat 2027 zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2025 van Vitens:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 810 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 1.845 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 |
€ 93 miljoen |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 30%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. Vitens is daarnaast bewust bezig met het verhogen van de solvabiliteit en de versterking van het eigen vermogen. Vitens houdt zich bezig met een primair product waar altijd vraag naar zal zijn: schoon drinkwater. Dit zorgt voor een stabiele en continue afzetmarkt. Op basis van deze argumenten en de bewuste verhoging van de solvabiliteit wordt het risico van Vitens laag aangemerkt.
NV Afvalsturing Friesland
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - NV Afvalsturing FrieslandVestigingsplaats
Leeuwarden
Algemeen
De NV Afvalsturing Friesland verzorgd voor de gemeente Nunspeet de afvalverwerking. In 2015 is de door de RNV uitgeschreven aanbesteding gegund aan NV Afvalsturing Friesland. Mede hierdoor is toen de RNV toegetreden als aandeelhouder van de NV Afvalsturing Friesland. Na de opheffing van de RNV zijn de aandelen overgedragen aan de deelnemende gemeenten.
Bestuurlijk belang
Namens de RNV-gemeenten was de gemeenschappelijke regeling Regio Noord Veluwe (RNV) aandeelhouder van NV Afvalsturing Friesland. Door de opheffing van de RNV is dit niet meer mogelijk. De gemeente Nunspeet is zelfstandig aandeelhouder geworden in de NV Afvalsturing Friesland.
Financieel belang
In 2018 heeft de aandelenoverdracht naar de gemeenten plaatsgevonden. Nunspeet heeft 63 aandelen met een totale nominale waarde van € 28.350,--.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.
Risicoanalyse
Het verwachte eigen en vreemd vermogen 2027 en het verwacht resultaat 2027 zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2025 van NV Afvalsturing Friesland:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 84 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 132 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | € 2,5 miljoen |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 39%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. Mede gezien de jaarlijks behaalde financiële resultaten over de afgelopen jaren, wordt geconcludeerd dat het risico van NV Afvalsturing Friesland laag is.
NV Fryslan Miljeu
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - NV Fryslan MiljeuVestigingsplaats
Leeuwarden
Algemeen
De Noord-Veluwse gemeenten werken al vele jaren samen op het beleidsterrein afval en grondstoffen. De inzameling van huishoudelijk restafval, GFT en oud papier was door de gemeenten uitbesteed aan de private markt. Eind 2025 liep het contract af. Na gezamenlijk onderzoek door de Noord Veluwse gemeenten is aangegeven dat overheidsgedomineerde inzameling de voorkeur heeft. Daarom zijn de Noord-Veluwse gemeenten in 2026 toegetreden tot Fryslân Miljeu (onderdeel van Omrin).
Bestuurlijk belang
Binnen Fryslân Miljeu is een aparte inzamelorganisatie voor de Noord-Veluwse gemeenten opgericht: BV Noord-Veluwe. Deze regionale inzamelorganisatie draagt zorg voor de inzameldienstverlening voor vijf gemeenten in Noord Veluwe: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet
en Oldebroek. Per 1 januari 2026 is begonnen met de inzameling van huishoudelijk fijn restafval, gft en oud papier en karton, met het perspectief voor verdere uitbreiding van de dienstverlening. Nunspeet is zelfstandig aandeelhouder in Fryslân Miljeu.
Financieel belang
Nunspeet heeft 2.773 aandelen (nominaal € 4,54 per stuk) in het kapitaal van de vennootschap met een totale nominale waarde van € 12.589 ,--.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.
Risicoanalyse
Het verwachte eigen en vreemd vermogen 2027 en het verwacht resultaat 2027 zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2025 van NV Fryslân Miljeu:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 15,6 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 38,6 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 |
€ 2,3 miljoen |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 289%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. Mede gezien de jaarlijks behaalde financiële resultaten over de afgelopen jaren, wordt geconcludeerd dat het risico van NV Fryslân Miljeu laag is.
NV Inclusief Groep
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - NV Inclusief GroepVestigingsplaats
Nunspeet
Algemeen
De NV Inclusief Groep (Ondernemer in passend werk) is een geprivatiseerde organisatie die belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) voor de bij de RNV aangesloten gemeenten en Nijkerk.
De Dienst Sociale Werkvoorziening Noordwest-Veluwe (DSW) is opdrachtgever voor de uitvoering van de wet. De praktische uitvoering is in handen van de Inclusief Groep. Men begeleidt mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt naar werk en biedt hen daarbij scholing en/of leerwerktrajecten. De werkzaamheden voor de doelgroep worden verricht in vier werkbedrijven die eigendom zijn van de Inclusief Groep. Die bedrijven opereren in de sectoren industrie (metaal, hout, elektra, verpakken, montage), dienstverlening (schoonmaak, groen, kwekerij, schilderwerken) en (groeps)detachering.
Bestuurlijk belang
De gemeente heeft 3.120 aandelen met een nominale waarde (incl. agio) van € 416.520,--.
Financieel belang
Via het aandeelhouderschap is de gemeente Nunspeet financieel medeverantwoordelijk voor de Inclusief Groep.
Beleidsvoornemens
In het kader van de komst van de Participatiewet vindt onderzoek plaats naar de toekomst van de sociale werkvoorziening.
Risicoanalyse
Het verwachte eigen en vreemd vermogen 2027en het verwacht resultaat 2027 zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2025 van de Inclusief Groep:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 8,6 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 9,3 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | € 850.000,- |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 48%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. In het jaarverslag 2024 geeft de Inclusief Groep in de Toekomstparagraaf een inkijk in de onderkende risico's. Deze risico's hebben vooral betrekking op de continuïteit van de Inclusief Groep. Een aantal deelnemende gemeenten wil uittreden uit de Inclusief Groep. Daarnaast zien zij hun doelgroep formatief afnemen en vergrijzen en er is een stijgende ondersteuningsbehoefte waardoor passende opdrachten lastiger worden. Al deze risico's zorgen ervoor dat het risico voor de Inclusief Groep op hoog wordt ingeschat.
Noord Veluws archief
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Noord Veluws archiefVestgingsplaats
Elburg
Publiek belang
Deelnemende gemeenten zijn Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Epe, Hattem en Heerde. Deze gemeenten werken samen voor de uitvoering van het bepaalde in hoofdstuk V van de Archiefwet 1995. Het beheer van en het toezicht op archiefbescheiden gebeurt op gemeenschappelijke basis.
Bestuurlijk belang
De gemeente Elburg is centrumgemeente. De Archiefcommissie Streekarchivariaat Noord-Veluwe adviseert het gemeentebestuur van Elburg over beleidzaken. De gemeente is door de burgemeester vertegenwoordigd in de Archiefcommissie.
Financieel belang
De gemeenten betalen een jaarlijkse bijdrage aan het Noord-Veluwe Archief. In 2027 is een bijdrage geraamd van € 300.000,--. De gemeente is financieel medeaansprakelijk voor de gemeenschappelijke regeling.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.
Risicoanalyse
De gemeente loopt een beperkt risico. De kans op een faillissement van het Noord-Veluwe Archief wordt laag ingeschat. Het totale risico wordt laag ingeschat.
Omgevingsdienst Veluwe
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Omgevingsdienst VeluweVestigingsplaats
Harderwijk
Publiek belang
Omgevingsdienst Noord-Veluwe voerde vanaf 1 april 2013 de milieutaken op de Noord-Veluwe uit. Dit gebeurt in opdracht van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten en van de Provincie Gelderland. Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingsdienst Noord-Veluwe gefuseerd met de Omgevingsdienst IJsselland tot de Omgevingdienst Veluwe.
Bestuurlijk belang
De portefeuillehouder Milieu is lid van het dagelijks bestuur.
Financieel belang
De gemeenten betalen een bijdrage aan de omgevingsdienst voor het uitvoeren van de taken. Voor 2027 is een bijdrage geraamd van € 935.000,--.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.
Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarstukken 2025:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 1.224.000,- |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 3.103.000,- |
| Verwacht resultaat 2027 | 779.000 |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 28,3%. Op basis van dit percentage kan geconcludeerd worden dat de solvabiliteit op orde is. De ODV voert taken voor de gemeenten uit die bij een eventueel faillisement naar de gemeenten terugkomen of moeten deze op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De ODV voert milieutaken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.
Leisurelands
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - LeisurelandsVestigingsplaat
Arnhem
Publiek belang
Leisurelands beheert en exploiteert de volgende recreatiegebieden: Berendonck, Bussloo, Groene Heuvels, Haven Hattem, Heerderstrand, Surfoever Hoge Bijssel, Strand Horst, Kievitsveld, Mookerplas, Nieuw Hulckesteijn, Strand Nulde, Rhederlaag, Wylerbergmeer, Zandenplas en Zeumeren.
De handelsnaam van RGV Holding B.V. is Leisurelands. Onder RGV Holding vallen drie vennootschappen die actief zijn. Leisurelands Exploitatie B.V. en Leisurelands Onroerend Goed B.V. houden zich bezig met de kernactiviteit van Leisurelands, namelijk het exploiteren van recreatievoorzieningen. De activiteiten van de derde actieve vennootschap, Interhuis B.V., met haar dochtervennootschappen SchatEiland Zeumeren B.V., Zeumeren B.V., RGV Delfstoffen B.V. en Katerbosch B.V. zijn niet direct gerelateerd aan dagrecreatie, maar zijn erop gericht de kernactiviteit te ondersteunen.
Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder recreatie.
Financieel belang
De gemeente verstrekt geen bijdrage in de exploitatielasten.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens
Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2025 van Leisurelands:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 87 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 19 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | € 3 miljoen |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 82%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. Het resultaat van Leisurelands wordt voor een groot deel bepaald door opbrengsten uit vermogensbeheer. Het operationele resultaat laat een fluctuerende trend zien. Ten opzichte van 2024 is er een fors lager bedrijfsresultaat in 2025 behaalt terwijl de opbrengsten uit vermogensbeheer fors verbeterd zijn. Gezien de solvabiliteit wordt het risico voor de gemeente desondanks laag ingeschat.
Coöperatie gastvrije randmeren
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Coöperatie gastvrije randmerenVestigingsplaats
Harderwijk
Publiek belang
Gastvrije Randmeren is een samenwerkingsverband voor de Randmeren, in de vorm van een coöperatieve vereniging. De deelnemers zijn in eerste instantie de gemeenten Almere, Blaricum, Bunschoten, Dronten, Eemnes, Elburg, Ermelo, Harderwijk, Huizen, Kampen, Naarden, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde. De coöperatie heeft de volgende taken:
- Hoofdtaak van de coöperatie is het structureel onderhouden van de recreatieve voorzieningen in de Randmeren. Het gaat daarbij onder andere om het onderhouden van aanlegplaatsen voor de recreatievaart, het verminderen van de overlast door waterplanten in dieper water en het uitvoeren van overig klein onderhoud.
- De Randmeren staan bekend om hun natuurschoon, rust en ruimte. Er wordt veel aan gedaan om de natuurwaarden in het gebied te versterken. Veel vogels profiteren van het heldere water en de overvloed aan voedsel. De natuur maakt de Randmeren aantrekkelijk voor de recreant, maar is ook kwetsbaar. De coöperatie Gastvrije Meren vindt het belangrijk dat bij de inrichting van het gebied de balans tussen natuur en recreatie voorop staat. Gastvrije Randmeren rekent het bewaren en bevorderen van het natuur- en landschapsschoon in het gebied tot één van haar taken.
- Een andere belangrijke taak van de coöperatie is het op de recreatieve kaart zetten van de Randmeren via gebiedspromotie. In het kader hiervan zijn in het voorjaar van 2013 onder het logo 'Randmeren, eindeloos meer....' de eerste producten gelanceerd: een recreatieve kaart en de website. De gebiedspromotie 'Randmeren, eindeloos meer ... zal de komende jaren verder worden uitgebouwd.
- Afronding van het project Integrale Inrichting Veluwerandmeren (IIVR) vindt plaats onder verantwoordelijkheid van Gastvrije Randmeren. Daarnaast moet de ontwikkelingsvisie 2030 Zuidelijke Randmeren (Blauwe As) verder vorm gegeven worden.
- Verder vormt Gastvrije Randmeren een platform waar ruimtelijke-economische ontwikkelingen kunnen worden afgestemd. Ook kan het samenwerkingsverband gecoördineerd haar deskundigheid op het gebied van vergunningen en procedures inzetten en het gezamenlijk belang van gemeenten inbrengen in regionale en landelijke projecten. Voorbeelden zijn de maatregelen rond de zwemwaterkwaliteit, het Delta-programma, etc.
Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in de algemene ledenvergadering door de portefeuillehouder recreatie.
Financieel belang
De gemeente participeert in het eigen vermogen van de coöperatie. Daarnaast verstrekt de gemeente verstrekt een jaarlijkse bijdrage. Deze bijdrage bedraagt voor 2026 circa € 20.000,--.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.
Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2024 van coöperatie Gastvrije Randmeren. Op het moment van opstellen van de Programmabegroting 2027-2030 waren de jaarcijfers 2025 van de coöperatie niet beschikbaar:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 11 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 1 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | nihil |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen is bijna 92%. De gemeente betaalt geen bijdrage in de exploitatielasten van de coöperatie. De coöperatie beheert ontvangen subsidiegelden (ook van de gemeente Nunspeet) en voert daarvoor werkzaamheden uit. Het risico van de coöperatie wordt laag ingeschat.
Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Noord- en Oost Gelderland
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Noord- en Oost GelderlandVestigingsplaats
Warnsveld
Publiek belang
De GGD Noord- en Oost Gelderland is de gezondheidsdienst van 22 gemeenten, waaronder Nunspeet. GGD Gelre-IJssel bewaakt de gezondheid van de inwoners van de gemeenten in de regio.
Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder Volksgezondheid.
Financieel belang
De gemeente betaalt een jaarlijkse exploitatiebijdrage in de vorm van een bedrag per inwoner. Voor 2027 is € 747.000,-- geraamd voor de gemeentelijke bijdrage aan de GGD.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.
Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de programmabegroting 2027 van de GGD:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 2,5 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 6,6 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | Nihil |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 27 %. De GGD Noord Oost Nederland voert taken op het gebied van volksgezondheid uit voor de gemeente. Bij een faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de GGD voor de gemeente uitvoert naar de gemeente terugkomen of deze moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Veiligheidsregio Noord- en Oost-GelderlandVestigingsplaats
Apeldoorn
Bestuurlijk belang
De VNOG heeft het afgelopen jaar te maken gehad met (financiële) tegenslagen. Naar aanleiding hiervan heeft in september 2019 een bestuurstweedaagse plaatsgevonden waarin het Algemeen bestuur richtinggevende uitspraken heeft gedaan over de toekomst van de VNOG. Op basis van een visie zijn ook richtingen voor (vervolg)opdrachten uitgesproken. Tijdens de tweedaagse zijn per organisatieonderdeel uitspraken gedaan, passend binnen de visie. De uitspraken zijn nu geformuleerd als opdrachten die de VNOG moet uitvoeren. Hiervoor worden ambtelijk implementatieplannen opgesteld waarin de effecten worden weergegeven op ondermeer werkzaamheden, medewerkers, materieel en financiën. De plannen moeten een meerjarige planning bevatten inclusief (financiële) effecten voor de komende jaren.
Financieel belang
De gemeente heeft voor 2027 een bijdrage van € 2.075.000,-- geraamd.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.
Risicoanalyse
Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de Programmabegroting 2027 van de VNOG:
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 18,4 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 87,7 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | Nihil |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 17,4%. De VNOG voert taken uit voor de gemeente. De taken die de VNOG voor de gemeente uitvoert zullen naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag, maar hoger dan voorgaande jaren ingeschat. De VNOG voert brandweertaken voor de gemeenten. In het kader van de vastgestelde toekomstvisie op de uitvoering van de taken is de VNOG bezig met de uitvoering van deze visie. Een deel van de opdrachten zijn uitgevoerd of in gang gezet. Een deel is in verband met de coronacrisis blijven liggen. Vooralsnog wordt het risico gemiddeld ingeschat.
Stichting primair openbaar onderwijs Noord-Veluwe (Proo)
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Stichting primair openbaar onderwijs Noord-Veluwe (Proo)Vestigingsplaats
Harderwijk
Algemeen
De gemeenteraden van Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben in december 2002 besloten het bevoegd gezag van het openbaar primair onderwijs per 1 januari 2003 over te dragen aan de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Noordwest-Veluwe. Door het onderbrengen van het bevoegde gezag in een stichting komt het openbaar onderwijs in een vergelijkbare positie als het bijzonder onderwijs, in die zin dat er een autonoom bestuur is dat zowel beleidsinhoudelijk als vermogensrechtelijk zelfstandig opereert. Het toezicht op de stichting is overgedragen aan de deelnemende gemeenten.
Bestuurlijk belang
Het toezicht op de stichting is overgedragen aan de deelnemende gemeenten.
Financieel belang
Aan de stichting wordt door de gemeente geen financiële bijdrage verstrekt. De stichting ontvangt financiële middelen rechtstreeks van de rijksoverheid. De gemeenten blijven financieel aansprakelijk voor de stichting.
Beleidsvoornemens
Het belang van het openbaar onderwijs in de deelnemende gemeenten (blijven) behartigen.
Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn ontleend aan de jaarrekening 2025.
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 2,5 miljoen |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 7,7 miljoen |
| Verwacht resultaat 2027 | nihil |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 24%. Op basis van de blijvende verbetering van de financiële situatie van stichting Proo wordt het risico voor de stichting op laag ingeschat.
Sportbedrijf Nunspeet
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Sportbedrijf NunspeetVestigingsplaats
Nunspeet
Algemeen
Met ingang van 1 januari 2017 is het Sportbedrijf Nunspeet BV actief. Het sportbedrijf heeft de volgende taken:
- het exploiteren van de gemeentelijke indoor sportfaciliteiten;
- het verrichten van werkzaamheden en verlenen van diensten en adviezen op het gebied van sport, recreatie en welzijn, daaronder begrepen het organiseren van evenementen.
Bestuurlijk belang
Gemeente Nunspeet is 100% aandeelhouder van het Sportbedrijf. Namens het college is de wethouder Financiën gemandateerd als vertegenwoordiger in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
De gemeente is 100% aandeelhouder van het Sportbedrijf.
Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens
Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn ontleend aan de jaarrekening 2025
| Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 48.000,- |
| Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2027 | € 817.000,- |
| Verwacht resultaat 2027 | -/- 50.000,- |
De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen is 5,5%. Dit is onder de norm van 25%. De gemeente is 100% aandeelhouder. Bij een eventueel faillissement zal de gemeente financieel verantwoordelijk zijn. Door negatieve exploitatieresultaten ontstaat bij gelijkblijvende bedrijfsvoering een financieel zorgelijke situatie. Om hier grip op te krijgen zal de gemeente een nadrukkelijkere regierol op zich moeten nemen om de doorontwikkeling van het Sportbedrijf vorm te geven en een duidelijke governance te ontwikkelen. Er wordt een plan van aanpak opgesteld om meer grip te krijgen op de kosten aangaande het Sportbedrijf (en de exploitatie van De Wiltsangh) om toekomstige negatieve bedrijfsresultaten te voorkomen. Of dit zijn vruchten afwerpt, moet in de toekomst gaan blijken. Gezien de negatieve ontwikkeling in de bedrijfsresultaten wordt het risico op hoog geschat.
Landstede Molijn beheer B.V.
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Landstede Molijn beheer B.V.Vestigingsplaats
Nunspeet
Algemeen
Op 18 maart 2026 heeft de levering van de aandelen Landstede Molijn Beheer B.V. plaatsgevonden en is Gemeente Nunspeet 100% aandeelhouder
Bestuurlijk belang
Gemeente Nunspeet is 100% aandeelhouder en ook 100% bestuurlijk verantwoordelijk.
Financieel belang
De gemeente is 100% aandeelhouder van de aandelen Landstede Molijn Beheer B.V.
Beleidsvoornemens
Er worden scenario’s over de toekomst van Veluvine uitgewerkt en worden voorgelegd aan de raad. Tot die tijd zal de exploitatie in haar huidige vorm doorgaan.
Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn ontleend aan de prognose exploitatie 2026
|
Verwacht resultaat 2026 |
-/- € 460.000,- |
De gemeente is 100% aandeelhouder. Bij een eventueel faillissement zal de gemeente financieel verantwoordelijk zijn. Door negatieve exploitatieresultaten ontstaat bij gelijkblijvende bedrijfsvoering een financieel zorgelijke situatie. Om hier grip op te krijgen zal de gemeente een nadrukkelijkere regierol op zich moeten nemen om de doorontwikkeling van het Veluvine vorm te geven en een duidelijke governance te ontwikkelen. Er worden scenario’s over de toekomst van Veluvine uitgewerkt en worden voorgelegd aan de raad. Wat het financieel effect is, moet in de toekomst gaan blijken. Tot die tijd zal de exploitatie in haar huidige vorm doorgaan. Gezien de ontwikkeling in de huidige bedrijfsresultaten wordt het risico op hoog geschat.
Paragraaf Grondbeleid
Terug naar navigatie - - Paragraaf GrondbeleidInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - InleidingHet grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van programma’s op het gebied van volkshuisvesting, economie, gezondheid, natuur en landschap. Het voeren van een grondbeleid is geen doel op zich, maar het is een middel om de ambities vanuit de verschillende beleidsvelden te ondersteunen. Het grondbeleid kan daarnaast een grote financiële impact hebben. De grondexploitatie (inclusief de resultaten hieruit) is een onderdeel van de totale exploitatie van de gemeente. Gelet op de risico’s in relatie tot de omvang van de bedragen waarover het op dit terrein gaat, is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld.
Beleid in ontwikkeling
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Beleid in ontwikkelingDe paragraaf grondbeleid gaat vooral in op de uitvoering van het grondbeleid.
Bestaand beleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Bestaand beleidHet grondbeleid van de gemeente Nunspeet is vastgelegd in de Nota Grondbeleid Nunspeet 2024. De nota is in november 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze nota is de te volgen grondpolitiek vastgelegd, waarbij het gaat om bijvoorbeeld aan- en verkoopbeleid ter uitvoering van omgevingsplannen, prijsvorming, kostenverhaal en risico’s.
Met het vaststellen van de Nota Grondbeleid Nunspeet 2024 is het beleid voortgezet om per project de keuze te maken voor een actief of een faciliterend grondbeleid. De gemeente Nunspeet stuurt vanuit een actieve regie om te zorgen dat de opgaven van verschillende beleidsvelden en ambities tot stand komen. Dat hoeft niet altijd met actief grondbeleid. De gemeente kan ook een actief faciliterende rol innemen, waarbij zij het initiatief overwegend bij de marktpartij laat en met beperkte risico regie voert op de uitkomst van het initiatief. Actief grondbeleid voert de gemeente op het moment dat zij met een grondpositie scherp wil sturen op de voorwaarden, kwaliteit en uitkomst van het ruimtelijk initiatief. De gemeente heeft hierbij verschillende privaat- en publiekrechtelijke instrumenten tot haar beschikking die ingezet kunnen worden.
In 2024 is de Nota Grondprijzen 2024-2025 vastgesteld. Deze nota gaat in op de grondprijzen en de uitgangspunten zoals de gemeente Nunspeet die hanteert voor de uitgifte van gronden met verschillende functies. Het belangrijkste uitgangspunt is dat grond wordt uitgegeven tegen marktconforme prijzen. In de vastgestelde uitgangspunten voor het financieel beleid en de nota ‘Reserves en voorzieningen’ is ook beleid vastgelegd dat betrekking heeft op het grondbeleid.
Een belangrijke opgave waar het grondbeleid aan kan bijdragen is de grote behoefte aan nieuwbouwwoningen. Eind 2024 is de woningbouwopgave voor Nunspeet geactualiseerd, als onderdeel van de woondeal Noord-Veluwe. Er is een woningbouwopgave van meer dan 1.800 woningen t/m 2035. Er zijn een aantal plannen die, via een actieve gemeentelijke grondexploitatie, bijdragen aan deze behoefte (met name 't Hul Noord) en daarnaast zijn er een aantal plannen in ontwikkeling (o.a. Nieuw Feithenhof).
Financieel kader
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Financieel kaderBij zowel actief als (actief) faciliterend grondbeleid gaat de gemeente financiële verplichtingen en risico’s aan. De beheersing hiervan vindt plaats binnen de planning & controlcyclus van de gemeente en binnen de kaders die de ‘Commissie besluit begroting en verantwoording’ (commissie BBV) voorschrijft.
Bij actief grondbeleid voert de gemeente een grondexploitatie voor eigen rekening en risico. Vaak vraagt dit om investeringen ten behoeve van grondaankopen en planontwikkeling, die de gemeente pas na enkele jaren geheel of gedeeltelijk kan terugverdienen. Door de jaren heen heeft dit geleid tot een positief saldo in de reserve grondexploitatie. Een deel van dit saldo is niet-besteedbaar, omdat dit nodig is om exploitatierisico’s te kunnen afdekken. In de door de raad op 25 juni 2026 vastgestelde nota ‘Reserves en voorzieningen, herijking 2026’ is uitgebreid ingegaan op deze reserve. Er wordt vooral stilgestaan bij de onderbouwing van het bodem- en plafondbedrag.
De jaarlijkse herijking van het bodem- en plafondbedrag vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Verordening en artikel 212 van de Gemeentewet plaats na het vaststellen van de jaarrekening.
De stand van de reserve bedraagt per 31 december 2025 € 7,1 miljoen. De reserve heeft een bodem- en een plafondbedrag. Het bodembedrag is gebaseerd op een in de nota ‘Reserves en voorzieningen, herijking 2026’ opgenomen berekening. Het plafondbedrag is berekend om een buffer te hebben voor mogelijke strategische aankopen. Het bodembedrag is berekend op € 2,1 miljoen plus de beschikbare winstnemingen van € 4,4 miljoen is per saldo dus € 6,5 miljoen. Afgezet tegen de stand van de reserve per 31 december 2025 van € 7,1 miljoen is er dus geen ruimte voor strategische aankopen waarvoor de aankoopkosten gedekt moeten worden vanuit de reserve grondexploitatie. Wel kunnen strategische aankopen geactiveerd worden opgenomen op de balans.
Ter dekking van grondexploitaties met een financieel tekort (op eindwaarde) is er naast bovengenoemde reserve, een voorziening getroffen voor het afdekken van het tekort. Deze voorziening heeft per 31 december 2025 een saldo van € 5,5 miljoen. Dit bedrag is gevormd om de verwachte verliezen te dekken voor een bedrag van € 0,607 miljoen voor Weversweg, € 1,516 miljoen voor bedrijventerrein Elspeet en € 3,362 miljoen voor ’t Hul Noord.
Risico’s grondexploitatie
In de diverse grondexploitaties zijn inmiddels forse bedragen geïnvesteerd waarover de gemeente een risico loopt.
De belangrijkste risico’s in de grondexploitatie zijn:
• Daling van grondprijzen
• Niet of later verkopen van gronden
• Sterke stijging van kosten
Deze risico’s kunnen zich op verschillende wijzen voordoen. De risico’s van daling van grondprijzen en het stijgen van kosten zijn algemene marktrisico’s (en vaak geen projectspecifieke risico's), maar gezien de huidige marktontwikkelingen vormen dit wel relatief hoge risico's.
Het niet of later verkopen van gronden kan op verschillende wijzen ontstaan. Enerzijds door de marktsituatie waardoor grond te duur is geworden of dat aan bepaalde woningen geen behoefte is. Anderzijds kan dit ook ontstaan door het niet of later goedkeuren van bestemmings- en exploitatieplannen.
Voor projecten met significante risico’s wordt een risicodossier opgesteld en voor het bepalen van het bodembedrag van de reserve grondexploitatie wordt rekening gehouden met het risicobedrag. Dit is het geval voor de grondexploitatie ’t Hul Noord, vanwege de grote (financiële) omvang, de lange looptijd en de actieve rol die de gemeente inneemt. Het totale risicobedrag voor de grondexploitaties is bepaald op € 6,2 miljoen euro.
Actualiteit exploitatiegebieden
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Actualiteit exploitatiegebiedenDe basis voor de lopende ontwikkelingen zijn de grondexploitatieberekeningen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld en op jaarlijkse basis worden herzien. Het zijn de ontwikkelingen Molenbeek, Kijktuinen, Weversweg, Bedrijventerrein De Kolk, Bedrijventerrein Elspeet, Hullerweg, De Brake, Piersonstraat en ’t Hul Noord.
Bij de jaarrekening wordt jaarlijks volledige verantwoording afgelegd over de mutaties in de grondexploitatie in het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
Dit gebeurt als volgt:
• In het jaarverslag wordt op hoofdlijnen een tekstuele toelichting gegeven.
• In de paragraaf grondbeleid wordt een tekstuele toelichting per project gegeven.
• In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) staat de volledige actualisatie van alle grondexploitaties, inclusief een uitgebreide tekstuele en financiële toelichting.
Zo nodig worden ontwikkelingen ook gerapporteerd via de tussentijdse rapportages en via het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) worden jaarlijks de geactualiseerde exploitaties vastgesteld door de raad.
De planning voor de grondverkopen voor woningbouw in 2027 in de lopende projecten is als volgt. In het project Weversweg staat de uitgifte gepland voor de laatste 5 vrije sector koopwoningen. Ook staat de uitgifte voor de eerste 62 woningen in ’t Hul Noord gepland in 2027.
Molenbeek
De verwachting is dat alle werkzaamheden voor Molenbeek eind 2026 zijn afgerond en de grondexploitatie Molenbeek dan kan worden afgesloten. Na meerdere tussentijdse winstnemingen heeft de grondexploitatie nog een positief eindsaldo van circa € 27.000.
Kijktuinen
Alle kavels in het project Kijktuinen zijn inmiddels uitgegeven. In 2026 vinden nog de laatste werkzaamheden plaats voor het woonrijp maken en de verwachting is dat het project eind 2026 kan worden afgesloten. Na meerdere tussentijdse winstnemingen heeft de grondexploitatie nog een positief eindsaldo van circa € 71.000.
Weversweg
Er is begonnen met het bouwrijp maken van de grond voor fase 2 van het project Weversweg. De gronduitgifte voor de woningen vindt naar verwachting plaats in 2026 en 2027, waarna het woonrijp maken plaatsvindt en het project eind 2028 wordt afgerond. Het resultaat voor Weversweg wordt verwacht op € 607.000 negatief.
Bedrijventerrein De Kolk
De kaveluitgifte op bedrijventerrein De Kolk is in uitvoering en de grondopbrengsten voor De Kolk (deel GPS) worden voorzien in de periode t/m 2027. Het project heeft een positief eindresultaat (na winstneming) van circa € 0,9 miljoen.
Bedrijventerrein Elspeet
De gronduitgiften voor de kavels op Bedrijventerrein Elspeet staan eveneens gepland in de periode 2025 t/m 2027. De looptijd van het project is t/m 2030 en het resultaat op het project is een tekort van circa € 1,5 miljoen.
Hullerweg
De verwachting is dat de gronden in 2026 gesaneerd en bouwrijp gemaakt zijn, waarna de verkoop plaatsvindt voor de realisatie van een onderstation. Het actuele resultaat van de grondexploitatie Hullerweg wordt verwacht op circa € 0,2 miljoen positief. Het risico is dat bij sanering van grond de kosten snel kunnen oplopen op het moment dan vervuilde grond wordt ontdekt.
De Brake
Grondexploitatie De Brake is eind 2025 vastgesteld en heeft een korte looptijd tot eind 2026. In 2026 vindt de sloop van het voormalige zwembad plaats, wordt de bodem gesaneerd en de kavel bouwrijp gemaakt. De verkoop aan Nestlé vindt plaats in 2026.
Piersonstraat
In mei 2026 is de grondexploitatie Piersonstraat vastgesteld. De gemeente is verantwoordelijk voor de transformatie van de gymzaal naar een bouwrijpe kavel die wordt uitgegeven aan Omnia Wonen voor de realisatie van 24 sociale huurwoningen. In 2027 vindt nog de inrichting van de openbare ruimte en het naastgelegen Petraveldje plaats waarna het project kan worden afgesloten. Het verwachte resultaat is €44.000 negatief, maar er kan na afloop van het project nog aanspraak gemaakt worden op subsidies (Realisatiestimulans).
't Hul Noord
In april 2024 is de grondexploitatie 't Hul Noord vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om maximaal 750 woningen en een onderwijsvoorziening te realiseren. In 2025 en 2026 is er verder gewerkt aan de planontwikkeling en het wachten is nog op een uitspraak van de Raad van State over het ingediende beroep tegen het bestemmingsplan. De eerste grondopbrengsten worden in 2027 verwacht. Het actuele resultaat op de grondexploitatie is € 3,3 miljoen negatief. Dit is inclusief de subsidies vanuit de Woningbouwimpuls miljoen en vanuit de provincie.
Paragraaf Gemeentelijke heffingen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Gemeentelijke heffingenAlgemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - AlgemeenIn deze paragraaf wordt conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) aandacht geschonken aan het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
De gemeente ontvangt de financiële middelen waarmee de gemeentelijke taken moeten worden uitgevoerd in hoofdzaak van de rijksoverheid, in de vorm van een algemene uitkering uit het Gemeentefonds en diverse doeluitkeringen. Daarnaast beschikt de gemeente over een relatief klein eigen belastinggebied.
Op grond van artikel 216 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. In artikel 219 van de Gemeentewet is limitatief aangegeven dat het om belastingen moet gaan die hetzij in de Gemeentewet zijn genoemd, hetzij in een andere bijzondere wet.
De gemeenteraad bepaalt welke belastingen de gemeente heft en heeft een aantal vrijheden waar het de invulling van het gemeentelijk belastinggebied betreft. Zo kan besloten worden over:
• de hoogte van de tarieven;
• de totale opbrengst van belastingen;
• de verdeling van belastingdruk over bijvoorbeeld burgers en bedrijven.
De gemeente Nunspeet kent de volgende gemeentelijke heffingen:
- Onroerende-zaakbelastingen (artikel 220 van de Gemeentewet).
- Forensenbelasting (artikel 223 van de Gemeentewet).
- Toeristenbelasting (artikel 224 van de Gemeentewet).
- Afvalstoffenheffing (artikel 15.33 van de Wet milieubeheer).
- Rioolheffing (artikel 228a van de Gemeentewet).
- Rechten (artikel 229 van de Gemeentewet): leges, begraafplaatsrechten, rioolaansluitrechten en marktgelden.
- BIZ (Bedrijven Investeringszone) Wet BIZ
Heffingen in Nunspeet: lokale lastendruk
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - Heffingen in Nunspeet: lokale lastendrukLokale lastendruk
Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De gemeente Nunspeet kent al jaren relatief lage woonlasten.
| 2026 | 2025 | 2024 | 2023 | |
| Tariefontwikkeling ozb (in % van de WOZ-waarde) | ||||
| Eigenaarsgedeelte woning | 0,0887% | 0,0885% | 0,0902% | 0,0929% |
| Eigenaarsgedeelte niet-woning | 0,2493% | 0,2171% | 0,2072% | 0,204% |
| Gebruikersgedeelte niet-woning | 0,1761% | 0,1741% | 0,1662% | 0,163% |
| Tariefontwikkeling rioolheffing | ||||
| Per woning | € 139,00 | € 144,00 | € 142,50 | € 132,46 |
| Per niet-woning | € 301,00 | € 334,50 | € 322,50 | € 299,00 |
| Enkel hemelwaterafvoer | € 22,50 | € 22,50 | € 20,45 | € 19,00 |
| Tarievenontwikkeling afvalstoffenheffing | ||||
| Eenpersoonshuishouden | € 216,00 | € 198,00 | €179,88 | €170,28 |
| Tweepersoonshuishouden | € 264,00 | € 240,00 | €214,68 | €200,40 |
| Drie- of meerpersoonshuishouden | € 312,00 | € 282,00 | €249,96 | €230,52 |
| Recreatief gebruik | € 216,00 | € 198,00 | €179,88 | €170,28 |
Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een atlas lokale heffingen opgesteld. Deze atlas geeft inzicht in de heffingen die een individuele gemeente hanteert ten opzichte van andere gemeenten.
In de Coelo-atlas staat de gemeente Nunspeet qua woonlasten voor een meerpersoonshuishouden op de ranglijst in 2026 op de 56e plek, waarbij nummer 1 de laagste woonlasten heeft (Oldebroek 80e, Elburg 72e en Hattem 324e). Binnen de provincie Gelderland staat de gemeente Nunspeet op plek 8.
Wat betreft de woonlasten van huurders van een woning voor een meerpersoonshuishouden staat de gemeente Nunspeet op de ranglijst in 2025 op de 29e plaats (Oldebroek 143e, Elburg 198e en Hattem 85e) en binnen de provincie Gelderland op plek 8.
De Nunspeetse heffingen nader beschouwd
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - De Nunspeetse heffingen nader beschouwdEr is een onderscheid te maken tussen opbrengsten bedoeld als algemeen dekkingsmiddel en opbrengsten die dienen ter dekking van gemaakte kosten. De onroerende-zaakbelastingen, forensenbelasting en toeristenbelasting behoort tot de eerste categorie. De afvalstoffen- en rioolheffing zijn bestemmingsheffingen en ook de rechten vallen hieronder. Bij bestemmingsheffingen is er een direct verband tussen de heffing en bepaalde uitgaven. De geraamde opbrengst mag niet uitgaan boven de geraamde kosten.
Op grond van de vastgestelde begrotingsuitgangspunten geldt voor heffingen in het algemeen een prijscompensatie van 2,5%. In de raadsvergadering van december worden bij de reguliere behandeling van de belastingverordeningen de tarieven van de bovengenoemde belastingen en rechten vastgesteld.
Ad 1. Onroerende-zaakbelastingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - Ad 1. Onroerende-zaakbelastingenDe onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn algemene belastingen. De opbrengst kan vrij worden besteed. Wij onderscheiden twee onroerende-zaakbelastingen:
-
OZB-eigenaren
Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar het genot hebben van een onroerende zaak op grond van eigendom, bezit of beperkt recht (eigenaren, vruchtgebruikers, erfpachters). Een onroerende zaak kan bijvoorbeeld een woning, winkel, bedrijfspand of perceel grond zijn.
-
OZB-gebruikers
Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar een onroerende zaak gebruiken.De OZB worden berekend over de vastgestelde WOZ-waarde. Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) dient jaarlijks een nieuwe waarde te worden vastgesteld voor alle objecten in de gemeente. De waardepeildatum ligt een jaar voor het begin van het jaar waarin de waarde geldt. Voor de OZB over het jaar 2027 geldt dus de WOZ-waarde per 1 januari 2026.
De te betalen OZB is het resultaat van een combinatie tussen de WOZ-waarde en het tarief. In deze begroting stelt de gemeenteraad het in totaal te verkrijgen bedrag vast en gegeven (een inschatting van de ontwikkeling van) de WOZ-waarde volgt daaruit een tarief in de later door de gemeenteraad vast te stellen belastingverordening.
Ad 2. Recreatieve heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - Ad 2. Recreatieve heffingenDe gemeente Nunspeet kent een zogenoemde woonforensenbelasting. De woonforensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Dit geldt zowel voor stacaravans als recreatiewoningen. De opbrengst van de forensenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. Gemeenten worden niet beperkt in het vaststellen van het tarief van de forensenbelasting. De gemeente Nunspeet heeft gekozen voor een vast bedrag per recreatieobject om zodoende de perceptiekosten laag te houden.
De gemeente Nunspeet heft toeristenbelasting voor het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. Toeristenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. Gemeenten kunnen kiezen voor het heffen van toeristenbelasting van degene die verblijf houdt of van degene die gelegenheid tot verblijf biedt. Net als de meeste andere gemeenten, doet de gemeente Nunspeet dat laatste. Degene die verblijf biedt, mag de belasting overigens wel doorberekenen aan degene die verblijf houdt.
De heffing vindt in principe plaats per overnachting per persoon, maar er kan ook voor een (voor)seizoensplaats of jaarplaats een vast tarief betaald worden. Hierbij wordt gewerkt met een forfaitaire berekening van het aantal overnachtingen.
De toeristenbelasting wordt normaliter eens in de drie jaar met €0,05 verhoogd (betreft indexering). Dit heeft voor het laatst plaatsgevonden in 2024, dus wordt in 2027 weer toegepast. Daarnaast is bij de Programmabegroting 2024-2027 is besloten het tarief toeristenbelasting voor de jaren 2024 t/m 2027 per jaar (cumulatief) te verhogen met €0,10. Op basis van deze twee onderdelen zou het tarief toeristenbelasting 2027 verhoogd worden naar € 1,65. In het coalitieakkoord is vanaf 2027 een verhoging opgenomen van de toeristenbelasting naar € 2,00 per overnachting. Wel is aangegeven dat de helft van de meeropbrengst direct terugvloeit naar de recreatie-, toeristische en sport – en cultuursector.
Ten aanzien van de forensenbelasting wordt in de dekkingsplan 2027 voorgesteld de forensenbelastingopbrengst met 10% te laten stijgen.
Ad 3. Afvalstoffenheffing
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - Ad 3. AfvalstoffenheffingOp grond van de Wet milieubeheer heeft de gemeente de plicht ervoor zorg te dragen dat de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij percelen waar deze kunnen ontstaan. Om de kosten voor het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te verhalen, heft de gemeente Nunspeet afvalstoffenheffing.
In de gemeente Nunspeet is de heffingsgrondslag het aantal personen per huishouden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een-, twee- en meerpersoonshuishouden. Bedrijven vallen buiten de heffing, omdat de gemeente daarvoor geen inzamelingsplicht heeft. Bedrijven moeten dit zelf (laten) verzorgen.
Verwachte kosten
De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder. Ook begroten wij kosten die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Dat betreft een deel van de kosten van het straatvegen. Van de kosten van straatvegen wordt 60% toegerekend. Het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen draagt immers ook bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Naast het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen omvat de taak straatvegen echter ook het schoonhouden van de riolering.
Herkomst middelen
Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. In de gemeente Nunspeet is het uitgangspunt dat 100% van de kosten verhaald worden.
Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing:
|
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente |
€ 3.218.000 |
|
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen |
€ 222.000 |
|
Netto kosten taakveld |
€ 2.996.000 |
|
|
|
|
Toe te rekenen kosten: |
|
|
Overhead incl. (omslag)rente |
€ 136.000 |
|
BTW |
€ 600.000 |
|
Totale kosten |
€ 3.732.000 |
|
Opbrengst heffingen |
€ 3.732.000 |
|
|
|
|
Dekking |
100% |
Ad 4. Rioolheffing
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - Ad 4. RioolheffingOp grond van artikel 228a van de Gemeentewet heeft een gemeente de mogelijkheid om een rioolheffing op te leggen. De gemeente heeft bij wet een zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water (afval-, hemel- en grondwater). Doel van de rioolheffing is dekking van de kosten die gepaard gaan met de zorgplichten. De gemeente Nunspeet legt de rioolheffing op aan de eigenaar van een direct of indirect op het riool aangesloten onroerende zaak in het kader van de WOZ-wetgeving. Dit vanuit het oogpunt van (lagere) perceptiekosten en eenduidigheid alsmede duidelijkheid. Er wordt bij de heffing onderscheid gemaakt tussen een woning en een niet-woning in het kader van de Wet WOZ, alsmede wordt er een lager tarief gehanteerd voor het enkel afvoeren van hemelwater.
Verwachte kosten
De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. In 2025 wordt, naast de operationele kosten, een vervolg gemaakt aan het klimaatbestendig inrichten van de leefomgeving. Hierbij wordt niet meer enkel gestuurd op wateroverlast, maar ook op hitte en droogte. Werkzaamheden die worden uitgevoerd staan vast in het beleids- en beheerplan water en riolering. Maatregelen hiervoor liggen deels in de riolering, maar ook in groene inrichting (o.a. wadi’s), afkoppelen en de aanleg van koelteplekken.
Ook begroten wij kosten die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Dat betreft een deel van de kosten van het straatvegen. Van de kosten van straatvegen wordt 40% toegerekend. Minder vuil op straat zorgt voor minder vuil in de kolken en het riool (besparing op kolkenzuigen en rioolreiniging). Daarnaast wordt de kans op verstopte kolken (minder bladophoping) kleiner, waardoor de kans op waterhinder en wateroverlast gereduceerd wordt.
Herkomst middelen
Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In de gemeente Nunspeet is het uitgangspunt dat 100% van de kosten verhaald worden.
Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing:
| Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente | € 1.962.000 |
| Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen | 0 |
| Netto kosten taakveld | € 1.962.000 |
| Toe te rekenen kosten: | |
| Overhead incl. (omslag)rente | € 336.000 |
| BTW | € 168.000 |
| Totale kosten |
€ 2.466.000 |
| Opbrengst heffingen | € 2.466.000 |
| Dekking | 100% |
Ad 5. Rechten
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - Ad 5. RechtenRechten: leges
De wettelijke basis voor het heffen van leges is artikel 229, lid 1, letter b van de Gemeentewet. Leges worden geheven voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst (zoals het verstrekken van een paspoort), maar ook voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning (zoals een omgevingsvergunning). De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening.
De indeling in de legestarieventabel is in hoofdstukken, paragrafen en artikelen.
- Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
- Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
- Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2.
De tarieven worden zodanig vastgesteld dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit geldt op verordeningenniveau. Er is dus kruissubsidiëring mogelijk. Kruissubsidiëring houdt in dat sommige tarieven minder dan kostendekkend worden vastgesteld en andere tarieven ter compensatie meer dan kostendekkend. Voor diensten die vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn geldt dat deze per cluster van samenhangende vergunningstelsels niet meer dan kostendekkend mogen zijn.
Rechten: begraafplaatsrechten
Onder de naam begraafrechten worden in Nunspeet rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van daarop betrekking hebbende diensten.
| Kosten en opbrengsten begraafrechten | Bedrag |
| Lasten (incl. overhead) | € 765.492 |
| Opbrengsten | € 517.667 |
| Dekking | 67,6 % |
Rechten: rioolaansluitrechten
Dit recht wordt geheven voor het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur verleende dienst, bestaande uit het aanleggen van de aansluitbuis tussen het riool en de grens van de openbare weg.
Rechten: marktgelden
Onder de naam marktgelden worden in Nunspeet rechten geheven voor het innemen van een standplaats op de voor markt aangewezen plaatsen gedurende de voor markt aangewezen tijd.
| Kosten en opbrengsten markt | Bedrag |
| Lasten (incl. overhead) | € 61.000 |
| Marktgelden | € 48.000 |
| Dekking | 79 % |
Kwijtschelding
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - KwijtscheldingHet gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid maakt een integraal deel uit van het gemeentelijk inkomensondersteuningbeleid. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor de afvalstoffenheffing. Er zijn twee routes naar min of meer hetzelfde doel. Er is de kwijtscheldingsprocedure en er is de verordening inkomensondersteuning. Vanuit laatstgenoemde verordening kunnen inwoners, als ze voldoen aan de gestelde inkomens- en vermogenseisen van de Verordening inkomensondersteuning gemeente Nunspeet 2026 (en nadere regels inkomensondersteuning) in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten van de afvalstoffenheffing. De bijdrage is net zo hoog als de opgelegde afvalstoffenheffing. De gemeente Nunspeet hanteert geen lokaal beleid voor de kwijtschelding, maar hanteert de landelijke ‘uitvoeringsregeling invorderingswet 1990’.
Overzicht geraamde inkomsten
Terug naar navigatie - Paragraaf Gemeentelijke heffingen - Overzicht geraamde inkomstenDe geraamde inkomsten staan weergegeven bij de betreffende taakvelden.
Paragraaf Wet Open Overheid
Terug naar navigatie - - Paragraaf Wet Open OverheidAlgemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - AlgemeenOpenbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)
Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Artikel 3.5 van de Woo schrijft voor dat een bestuursorgaan in de begroting aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de wet. In de jaarstukken moet verslag worden gedaan van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.
Actieve openbaarmaking
De Wet open overheid (Woo) benoemt zeventien informatiecategorieën die actief openbaar gemaakt moeten worden. Deze verplichting wordt stapsgewijs ingevoerd: in november 2024 zijn de eerste vijf categorieën verplicht openbaar gemaakt. De overige informatiecategorieën zijn in 2026 opnieuw uitgesteld; naar verwachting zal de inwerkingtreding van de volgende categorieën in de tweede helft van 2027 plaatsvinden.
Het betreft de volgende informatiecategorieën:
- Vergaderstukken decentrale overheden
- Woo-verzoeken en -besluiten
- Ontwerpen van wet- en regelgeving met adviesvraag
- Agenda’s en besluitenlijsten van bestuurscolleges
- Adviezen
- Jaarplannen en jaarverslagen
- Klachtoordelen
- Convenanten
- Onderzoeksrapporten
- Bij vertegenwoordigende organen ingekomen stukken
- Beschikkingen
Binnen de gemeente Nunspeet is een goede basis gelegd voor de implementatie van de Woo. De focus voor 2027 ligt op het verder uitbreiden van de categorieën die actief openbaar worden gemaakt, zodat de gemeente haar informatie op een laagdrempelige en toegankelijke manier kan aanbieden aan inwoners en belanghebbenden. Binnen de gemeente Nunspeet gebeurt dit via de Woo-index. Deze index biedt een centraal overzicht van internetlocaties waarop de informatie wordt gepubliceerd. Er is een webpagina gerealiseerd die onderdeel uitmaakt van de algemene website van de gemeente. In 2027 wordt tevens onderzocht of deze webpagina kan worden vervangen door een publicatieplatform dat aansluit op de Woo-index. Daarnaast zal het projectteam per openbaar te maken categorie actief invulling geven aan de uitwerking daarvan, evenals aan de concrete stappen die binnen de organisatie moeten worden genomen om openbaarmaking van informatie te realiseren.
Passieve openbaarmaking
Naast actieve openbaarmaking kent de wet ook een passieve vorm, namelijk de mogelijkheid om een Woo-verzoek in te dienen. Iedereen kan, zonder een belang te hoeven stellen, een verzoek om publieke informatie indienen. Het is op dit moment mogelijk om bij de gemeente Nunspeet een Woo-verzoek in te dienen en te laten afhandelen. Dit kan op drie manieren: schriftelijk, mondeling of via het digitale formulier op de website. Vervolgens neemt de gemeente contact op met de indiener over het verdere verloop van de procedure en de afhandeling van het verzoek. In 2027 wordt bovendien gewerkt aan procesverbeteringen, zodat de afhandeling efficiënter verloopt en indieners sneller worden geholpen.
Informatiehuishouding
Om de Woo op een goede manier te implementeren, is het van essentieel belang dat de informatiehuishouding op orde is. De digitale informatiehuishouding omvat de opslag, het beheer en de verstrekking van informatie binnen en buiten de organisatie. Als de informatiehuishouding adequaat is ingericht, is informatie op het juiste moment in een werkproces, voor de juiste medewerker, in de juiste vorm beschikbaar, voorzien van de correcte metadata, waarna deze op het juiste moment openbaar kan worden gemaakt.
Binnen de Woo wordt momenteel verkend of in 2027 gebruik kan worden gemaakt van Elasticsearch binnen de gemeente Nunspeet. Elasticsearch is een krachtige zoek- en analysetool die het mogelijk maakt om grote hoeveelheden informatie snel en efficiënt doorzoekbaar te maken. Dit kan ertoe leiden dat documenten en data sneller worden gevonden, relevanter worden weergegeven en beter gefilterd kunnen worden. De voordelen liggen vooral in snelheid, schaalbaarheid en ondersteuning van complexere zoekopdrachten. Dit kan uiteindelijk bijdragen aan een betere toegankelijkheid van informatie en een efficiënter werkproces binnen de Woo en de gemeente Nunspeet.
Naast het op orde brengen van de informatiehuishouding en het actief publiceren, kent de Woo ook een sterke verandercomponent, waarbij een verandering in houding en gedrag van medewerkers, management en directie wordt gevraagd. Het is belangrijk dat iedere medewerker zich ervan bewust is dat wat wordt opgeslagen in een zaak, openbare informatie kan betreffen. Dit betekent dat iedere medewerker ervoor verantwoordelijk is dat een zaak actueel, compleet, vindbaar en toegankelijk is. Om Woo-verzoeken sneller te kunnen afhandelen, is het van belang dat het aantal documenten waarop geheimhouding wordt toegepast wordt beperkt. Alleen dan kunnen verzoeken binnen de wettelijke termijn van 4 + 2 weken worden afgerond. Het uitgangspunt binnen de organisatie moet ‘openbaar, tenzij’ zijn.